Elfri.be – juridische kennisbank met rechtspraak, commentaar, modellen en praktische tips

Voor juristen, advocaten, ondernemingen en rechtszoekenden

Elfri.be
  • Home
  • Categorieën
    • Juridsiche bijdragen
    • Rechtspraak
    • Rechtsleer
    • Wetgeving
    • Modellen
    • Nuttige adressen
    • Nuttige linken
    • Publicaties
    • Veelgestelde Vragen
  • zoeken
  • Kantoor
    • Typo
  • Contact
    • Stel uw vraag aan een advocaat
    • Stel een vraag over de website
  • Kernwoorden
  • Abonnement
    • Abonnement op website nemen
    • Onmiddelijke toegang
    • Abonnement verlengen
    • Abonnement aanpassen
    • Historiek
    • Abonnement beheren of annuleren
  • Webshop
    • Lijst van beschikbare modellen
    • Winkelwagen
  • Mijn account
    • Inloggen
    • Paswoord vergeten
    • Mijn profiel
    • Mijn profiel aanpassen
    • UItloggen
    • Gebruikersnaam vergeten
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Categorieën
  4. Juridsiche bijdragen
  5. Uitstel van het nieuwe Strafwetboek en de grote aanpassing van andere strafwetten
Vorig artikel: Onrechtmatige schadebedingen bij consumenten: geen matiging, maar nietigheid Vorige Volgende artikel: Bewijs in het bestuursrecht Volgende
Details
Categorie: Artikel
kl By kl
kl
Laatst bijgewerkt: 30 september 2026
Hits: 5

Uitstel van het nieuwe Strafwetboek en de grote aanpassing van andere strafwetten

  1. Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek werd uitgesteld tot 1 september 2026. Dat is de belangrijkste en meest onmiddellijke beslissing. Het uitstel geldt niet alleen voor het Strafwetboek zelf, maar ook voor de reparatie- en harmonisatiewetten die ermee samenhangen. Daarmee kreeg de praktijk extra tijd om zich voor te bereiden op een hervorming die anders veel te bruusk zou zijn ingevoerd.

  1. Wijzigingen

De wijzigingen vallen uiteen in verschillende lagen. Enerzijds is er de reparatiewet die het nieuwe Strafwetboek zelf op een aantal punten corrigeert en verfijnt. Anderzijds zijn er de harmonisatiewetten die de bestaande strafwetgeving technisch en terminologisch afstemmen op het nieuwe Strafwetboek. Daarnaast zijn er nog afzonderlijke wetten over geldboetes, sociaal strafrecht en strafuitvoering.

Vooreerst zijn er de wijzigingen in het nieuwe Strafwetboek zelf.

Bij de straf onder elektronisch toezicht wordt de mogelijkheid geschrapt om bijzondere voorwaarden op te leggen die noodzakelijk zijn om het risico op herhaling te beperken. Dat is dus een echte inhoudelijke wijziging, omdat het instrument van elektronisch toezicht hierdoor minder ruim wordt ingevuld dan oorspronkelijk was voorzien.

Voor de werkstraf wordt de regeling verruimd. Voortaan kan een werkstraf onder bepaalde voorwaarden ook worden uitgevoerd bij een vennootschap. Oorspronkelijk was die mogelijkheid beperkt tot overheden, openbare instellingen en bepaalde verenigingen. De wetgever maakt de uitvoering dus praktischer en ruimer inzetbaar.

De regeling van herhaling en van bepaalde bijkomende straffen wordt aangepast in die zin dat de betrokken termijnen worden verlengd met de duur van de effectieve detentie. Het gaat onder meer om de ontzetting uit bepaalde burgerlijke en politieke rechten, het beroepsverbod, het verval van het recht tot sturen en het verblijfs-, plaats- of contactverbod. De wetgever preciseert bovendien nauwkeuriger welke vormen van invrijheidstelling niet meetellen, zodat de tekst beter aansluit bij de actuele strafuitvoeringsmodaliteiten.

Het verblijfs-, plaats- of contactverbod wordt onderworpen aan een bijzondere motiveringsplicht. De rechter moet daarbij rekening houden met de ernst van de feiten, de mogelijkheden tot reclassering en het risico op recidive. Deze straf kan dus niet langer op een eerder routineuze of summiere wijze worden opgelegd, maar vraagt een meer uitgewerkte motivering.

Bij de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap wordt de beoordelingsvrijheid van de rechter verengd. Waar de rechter aanvankelijk aanwijzingen kon geven over inhoud en uitvoering, wordt dit nu een verplichting. De rechter moet dus voortaan effectief richting geven aan de concrete invulling van die straf.

De straf van sluiting van de inrichting van de veroordeelde wordt herwerkt. Niet alleen wordt ook de tijdelijke sluiting uitdrukkelijk opgenomen, maar ook het rechtsgevolg ervan wordt nauwkeuriger omschreven. De sluiting houdt voortaan in dat in die inrichting geen activiteit meer mag worden uitgeoefend die verband houdt met de activiteit die tot het misdrijf heeft geleid. Ook de bepalingen in Boek II werden op dat punt aangepast.

De regels over herhaling voor rechtspersonen worden aangepast na tussenkomst van het Grondwettelijk Hof. Daardoor wordt nu ook voor rechtspersonen een verhoging van de minimumstraf voorzien wanneer na een eerdere zware veroordeling opnieuw een zware straf wordt uitgesproken. Het systeem van herhaling wordt dus consequenter doorgetrokken naar rechtspersonen.

Bij meerdaadse samenloop met gelijktijdige berechting wordt uitdrukkelijk vastgelegd dat de opgelegde straf nooit hoger mag zijn dan het maximale cumulatieve totaal dat mogelijk zou zijn geweest bij niet-gelijktijdige berechting. Wat vroeger vooral als impliciete regel werd gelezen, wordt nu expliciet in de wet verankerd.

De herroepingsgronden van de opschorting worden uitgebreid en verfijnd. Voor rechtspersonen wordt een bijzondere drempel ingevoerd: een veroordeling tot een geldboete boven een bepaald bedrag kan aanleiding geven tot herroeping. Ook inzake wegverkeer wordt de regeling verruimd, zodat herroeping mogelijk wordt in bijkomende verkeerssituaties.

Ook de regeling van het uitstel wordt nader uitgewerkt. Er wordt verduidelijkt dat een dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap niet met uitstel kan worden opgelegd. Daarnaast worden voor rechtspersonen ook hier eigen drempels ingevoerd: bij een zware geldboete wordt de herroeping verplicht, en bij een lagere maar nog aanzienlijke boete facultatief. Verder komt er een bijkomende herroepingsgrond voor verkeersmisdrijven tijdens de proeftijd. Het stelsel van uitstel wordt dus tegelijk verduidelijkt en verstrengd.

In de regeling over de verjaring van de straf wordt een bepaling toegevoegd voor straffen met uitstel. Daarmee wordt een leemte opgevuld die in de oorspronkelijke tekst nog onvoldoende was geregeld.

De strafbaarstelling van ecocide wordt aangepast om in overeenstemming te zijn met Europese regelgeving. Dat betekent dat de nationale bepaling inhoudelijk wordt afgestemd op de contouren die op Europees niveau zijn uitgezet.

Er wordt een nieuwe strafrechtelijke grond van onwaardigheid om te erven ingevoerd voor verkrachting. Dat is een opmerkelijke aanvulling, omdat zij een duidelijke brug maakt tussen strafrechtelijke veroordeling en erfrechtelijke gevolgen.

Voor mensenhandel worden bijkomende bepalingen ingevoerd over de overzending van rechterlijke beslissingen en over de bescherming van de identiteit van het slachtoffer. Voor misbruik van prostitutie komt er eveneens een bepaling over de overzending van rechterlijke beslissingen. Dit zijn meer procedureel gerichte aanvullingen, maar wel met belangrijke praktische betekenis.

Binnen het terrorismehoofdstuk wordt de formulering aangepast. De woorden dat iets gebeurt “met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf” worden vervangen door de formulering “met terroristisch oogmerk”. Dat lijkt taalkundig, maar is juridisch relevant omdat het de terminologie vereenvoudigt en harmoniseert.

Daarnaast wordt de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit ingevoerd als mogelijk gevolg van veroordelingen voor bepaalde terroristische misdrijven. Daarmee wordt het sanctiearsenaal in terrorismedossiers uitgebreid.

Bij het onbevoegd ontvangen van een staatsgeheim wordt voortaan uitdrukkelijk een bijzonder opzet vereist. Ook dat is een belangrijke bijsturing, opnieuw ingegeven door rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. Het moreel bestanddeel wordt daar dus strenger omlijnd.

Opvallend is verder dat de oorspronkelijke wijzigings- en opheffingsbepalingen uit de wetten die het nieuwe Strafwetboek invoerden, grotendeels zijn opgeheven om later in de harmonisatiewetten opnieuw te worden opgenomen. Dat is wetgevingstechnisch weinig elegant, maar wel belangrijk om te begrijpen hoe de uiteindelijke tekst tot stand is gekomen.

Een aangekondigde wijziging over het moreel bestanddeel bij discriminatiemisdrijven is uiteindelijk niet doorgevoerd. De wetgever heeft dus afgezien van een expliciete bepaling daarover. Daaruit blijkt dat men ervan uitgaat dat uit de aard van die misdrijven reeds een bijzonder opzet kan voortvloeien.

Naast de reparatiewet zijn er ook nog enkele afzonderlijke inhoudelijke wijzigingen aan het nieuwe Strafwetboek zelf.

Zo werd de kwalificatie “doding in het verkeer” ingevoerd ter vervanging van het vroegere “dodelijk verkeersongeval”. Daarnaast werd ook een “verzwaarde doding in het verkeer” ingevoerd, waarbij de straf wordt verzwaard wanneer de doding samenhangt met bepaalde zware verkeersfouten, zoals rijden door rood licht, rijden zonder rijbewijs of het plegen van een zware verkeersovertreding. Diezelfde verzwarende logica werd ook doorgetrokken naar het veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer.

Verder werden ook nieuwe strafbaarstellingen ingevoerd inzake ontsnapping van gevangenen en beschadiging of verduistering van materiaal dat wordt gebruikt voor elektronisch toezicht. Deze bepalingen werden zowel in het oude als in het nieuwe strafrecht opgenomen.

Naast die rechtstreekse wijzigingen aan het nieuwe Strafwetboek zijn er de harmonisatiewetten.

Een eerste harmonisatiewet stemt de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafvordering en de Voorlopige Hechteniswet af op het nieuwe Strafwetboek. In grote lijnen gaat het om technische aanpassingen: oude verwijzingen verdwijnen, terminologie wordt aangepast en strafmaten worden vertaald naar strafniveaus. Toch bevat deze wet ook een belangrijke eigen vernieuwing, namelijk een aangepaste regeling van het Centraal Strafregister. Omdat het klassieke onderscheid tussen criminele, correctionele en politiestraffen verdwijnt, was daar immers een meer fundamentele herwerking nodig.

Een tweede harmonisatiewet stemt de Drugswet en de Wapenwet af op het nieuwe Strafwetboek. Ook daar gaat het hoofdzakelijk om harmonisatie, maar niet uitsluitend. Sommige strafmaten worden verhoogd. Dat geldt onder meer voor bepalingen over criminele organisatie en voor het nieuwe verzwaarde heling en verzwaard witwassen. Daar worden bestaande verzwarende factoren omgezet in echte verzwarende bestanddelen.

Daarnaast zijn er nog twee andere harmonisatiewetten die de overige wetten onder de bevoegdheid van Justitie aanpassen aan de nieuwe systematiek. Ook daar ligt de nadruk op omzetting van klassieke strafbepalingen naar de nieuwe terminologie, strafniveaus, verwijzingen en regels over poging en moreel bestanddeel. In de praktijk zijn die wijzigingen meestal technisch, maar de omvang ervan is zeer groot omdat zij zich uitstrekken over een groot aantal verschillende wetten.

Een afzonderlijke wet heeft vervolgens de regeling van de geldboetes aangepast. Het nieuwe Strafwetboek vertrok aanvankelijk van het idee dat de opdeciemen opnieuw op nul zouden worden gezet, waardoor de in de wet opgenomen bedragen de actuele reële bedragen zouden zijn. Nadien werd echter beslist de opdeciemen opnieuw te verhogen. Daarom moest de wetgever ook het nieuwe Strafwetboek en de geharmoniseerde wetgeving aanpassen. Concreet betekent dit dat de boetebedragen uit het nieuwe Strafwetboek in werkelijkheid nog moeten worden vermenigvuldigd. Ook het conversiemechanisme tussen oude en nieuwe boeteniveaus werd in die zin aangepast.

Diezelfde wet brengt ook wijzigingen aan in het Sociaal Strafwetboek. De eigen sanctieniveaus van dat wetboek blijven behouden, maar worden verbonden met de strafniveaus van het nieuwe Strafwetboek. Zo wordt wettelijk vastgelegd hoe de sanctieniveaus van het sociaal strafrecht moeten worden gelezen wanneer de algemene bepalingen van Boek I van het nieuwe Strafwetboek moeten worden toegepast. Daarnaast bevat die wet nog enkele bijkomende, niet-wezenlijke aanpassingen in het sociaal strafrecht.

Ten slotte is er nog de wet over de strafuitvoering. Die voert een tijdelijk wettelijk kader in in afwachting van een later Strafuitvoeringswetboek. De bedoeling van die wet is niet om het strafuitvoeringsrecht nu al grondig te hervormen, maar om zo veel mogelijk de huidige toestand te behouden. Om die reden spreekt men ook van een status quo-benadering.

Daardoor behouden sommige bestaande instanties voorlopig hun bevoegdheden, zoals de probatiecommissies. Ook bepaalde nieuwe toezichtsbevoegdheden van de strafuitvoeringsrechtbank worden nog niet meteen in werking gesteld. Dat geldt onder meer voor het toezicht op sommige bijkomende straffen en verboden. Deze wet is voor de praktijk van groot belang, omdat zij de uitvoering regelt van andere straffen dan de effectieve gevangenisstraf en aldus moet voorkomen dat de hervorming van het materieel strafrecht botst op een onduidelijk of onvolledig strafuitvoeringskader.

Samengevat zijn de wijzigingen dus veel ruimer dan een louter technisch uitstel. Er is ten eerste een inhoudelijke correctie van het nieuwe Strafwetboek zelf. Er is ten tweede een grootschalige harmonisatie van bestaande strafwetten. Er is ten derde een herwerking van de geldboetes en van de verhouding tot het sociaal strafrecht. En er is ten vierde een voorlopig wettelijk kader voor de strafuitvoering. Juist die combinatie maakt dat de hervorming voor de praktijk tegelijk omvangrijk, technisch en moeilijk overzichtelijk is.

  1. Verder te verwachten wijzigingen

De hervorming is nog niet afgerond. Er zijn nog bijkomende wijzigingen te verwachten, onder meer in het verkeersrecht en in andere federale wetten die nog aan het nieuwe Strafwetboek moeten worden aangepast. Ook op het niveau van de koninklijke besluiten zijn nog technische aanpassingen in voorbereiding.

Bij de deelstaten is de aanpassing nog minder ver gevorderd. In Vlaanderen zijn slechts beperkte stappen gezet en moeten nog verdere decretale aanpassingen volgen. Zolang die uitblijven, zal men voorlopig moeten terugvallen op de overgangsregeling die toelaat de algemene bepalingen van het nieuwe Strafwetboek ook toe te passen op nog niet aangepaste regelgeving. Kortom: de grote lijnen liggen vast, maar de harmonisatie is nog volop bezig.

Je hebt geen toegang tot de volledige inhoud van deze bijdrage.

Een deel van de inhoud van deze pagina is voorbehouden aan onze leden. Naargelang de bijdrage gaat het onder meer om verdere juridische analyse en commentaar, toepasselijke regelgeving en rechtspraak, concrete toepassingen, praktische aandachtspunten, modellen, referenties, bronnen en verdiepende juridische informatie.

Je kan deze pagina ook via een eenmalige toegang raadplegen zonder lid te worden door hier te klikken. Voor een beperkte meerprijs heb je reeds gedurende één maand toegang tot de volledige juridische databank.

 

Ontdek onze abonnementen

 

Ben je al lid, log in

 

Volgende inhoud op deze pagina is enkel beschikbaar voor leden:

 
  • Wetgeving
  • Volledige tekst
  • Commentaar
  • Nog dit
  • Rechtsleer

Kernwoorden

  • Kwalificatie van misdrijven
  • kwalificatie misdrijven
  • bestraffing
  • misdrijven
  • strafrecht
  • indeling straffen
  • Strafrecht begrippen
  • strafwetboek
  • Belgisch strafwetboek
  • hiërarchie der straffen
  • strafwetboek 2024
  • hoofdstraffen
  • nieuw strafwetboek

Stel uw vraag aan een advocaat

Meer dan een samenvatting

De volledige bijdrage bevat de nuances die in de praktijk tellen: voorwaarden, uitzonderingen, argumenten, toepassingen en aandachtspunten.

Bij rechtspraak, rechtsleer en wetgeving krijgt u bovendien de nuttige referenties en vindplaatsen voor verdere controle, bronvermelding en gebruik in uw dossier.

Volledige bijdrage raadplegen

Populair in juridische bijdragen

  • Second opinion bij verkeersgeschillen
    30.sep
  • Nieuwe deontologische regels over belangenconflicten bij advocaten
    30.sep
  • Verpleegkundig consult bij palliatieve zorg: wat betekent dit voor patiënt en familie?
    30.sep
  • Adressen van buitenlandse zaken en consulaten in België
    30.sep
  • Fraus omnia corrumpit begrenst de rechtsgevolgen van bedrog, maar niet verder dan nodig
    30.sep

LINKS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Doorzoek elfri.be

Onmiddellijke toegang nodig?

Kies tussen onmiddellijke toegang, een volledig abonnement van één maand of een alternatieve abonnementsformule.

Koop onmiddelijke toegang

Neem 1 maand volledige toegang

Bekijk andere formules

Logo Elfri recolored

De meest gebruikte kernwoorden in elfri.be

  • onvermogen
  • collectieve schuldenregeling
  • WCO
  • insolventierecht
  • onvermogenden
  • wet continuïteit ondernemingen
  • Insolventie
  • faillissementenrecht
  • faillissement
  • rechten onvermogenden

RECHTS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Inhoud en format © Elfri De Neve 1984-2026. All rights reserved - alle rechten voorbehouden. Website onwikkeling en design arc3c.