- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
De vergoeding van blijvende huishoudelijke schade tussen kapitalisatie en forfait
Het slachtoffer heeft recht op volledige vergoeding van de schade die het gevolg is van het schadeverwekkende feit. Die vergoeding moet het slachtoffer zoveel mogelijk terugplaatsen in de toestand waarin het zich zonder dat feit zou hebben bevonden. Bij lichamelijke schade is herstel in natura in de praktijk niet mogelijk, zodat de geldelijke vergoeding noodzakelijk ook een compenserende functie heeft. Dat een volledige terugkeer naar de vroegere toestand onmogelijk is, rechtvaardigt volgens de rechtbank geenszins dat slechts een beperkte of symbolische vergoeding zou worden toegekend.
Schade moet in concreto worden beoordeeld. Het komt aan de rechter toe om soeverein in feite het bestaan, de omvang en de vergoeding van de schade te beoordelen. De rechter is daarbij niet gebonden door het deskundigenverslag. De deskundige levert feitelijke en technische gegevens aan, maar spreekt zich niet uit over de gegrondheid van de vordering of over rechtsvragen. Ook schadeposten die niet uitdrukkelijk in het deskundigenverslag of in de Indicatieve Tabel voorkomen, mogen niet louter daarom worden uitgesloten.
De keuze van de begrotingsmethode mag niet worden bepaald door de vraag welke methode de hoogste of laagste vergoeding oplevert. Doorslaggevend is welke methode in het concrete geval op een billijke en juiste manier de werkelijk geleden schade benadert. De rechter moet dus zoeken naar de methode die het best aansluit bij de concrete werkelijkheid van het dossier.
Op de begroting ex aequo et bono mag slechts worden teruggevallen wanneer de rechter motiveert waarom de door het slachtoffer voorgestelde berekeningswijze niet kan worden aanvaard en de rechter bovendien vaststelt dat de schade niet op een andere manier kan worden bepaald. Met andere woorden: een forfaitaire of billijke begroting is subsidiair en vergt een verantwoording.
Blijvende schade moet worden opgesplitst in reeds geleden blijvende schade en toekomstige blijvende schade. Die tweedeling is verplicht omdat beide periodes niet volgens dezelfde regels worden berekend. Voor het verleden gaat het om werkelijk verstreken tijd, voor de toekomst om prognose en waardering van nog te lijden schade.
De Indicatieve tabel is bij dit alles geen bindende norm is, maar slechts een hulpmiddel of referentie-instrument. Zij mag niet automatisch worden toegepast. De rechter moet ze opzijschuiven zodra de schade op een andere en meer passende wijze kan worden begroot. Wel mag aangenomen dat de bedragen van de meest recente Indicatieve Tabel nuttige en realistischere aanknopingspunten kunnen bieden, in het bijzonder omdat oudere bedragen het huishoudelijk werk onderschatten. Tegelijk dient er op gewezen dat de evolutie van die tabelbedragen niet louter als een mechanische indexering mag worden opgevat.
Voor toekomstige schade beschouwt is kapitalisatie in beginsel de aangewezen methode, omdat daarmee rekening wordt gehouden met de vermoedelijke levensduur van het slachtoffer en met het feit dat de vergoeding vervroegd in kapitaal wordt uitbetaald. Alleen waar de vergoedingsbasis niet voldoende kan worden geobjectiveerd, blijft er plaats voor een begroting ex aequo et bono.
Ten aanzien van de bewijslast bij blijvende huishoudelijke schade dient het standpunt verworpen dat het slachtoffer eerst zou moeten aantonen dat zijn huishoudelijke schade zich in de toekomst lineair en constant zal voordoen om kapitalisatie mogelijk te maken. Het slachtoffer moet enkel aantonen dat er blijvende schade bestaat. Wanneer de aansprakelijke partij beweert dat die schade in werkelijkheid afneemt of niet constant is, rust de bewijslast daarvan op die aansprakelijke partij. Immers cassatierechtspraak stelt dat het slachtoffer niet moet bewijzen dat blijvende schade in de toekomst perfect constant zal blijven.
Het abstracte argument dat huishoudelijke capaciteit noodzakelijk afneemt met de leeftijd en dat kapitalisatie voor huishoudelijke schade zou uitgesloten zijn faalt . Wel kan aanvaard dat fysieke vermogens afnemen met het ouder worden, maar daaruit mag niet een algemene regel afgeleid dat de huishoudelijke schade daarom proportioneel zou verminderen.
Huishoudelijke realiteit is complexer: sommige taken verminderen, andere blijven bestaan, er komt meer tijd vrij na de beroepsloopbaan en de concrete impact van ouderdom verschilt sterk van persoon tot persoon. Zo’n algemene veronderstelling volstaat dus niet om kapitalisatie uit te sluiten.en slotte dient een scherp onderscheid gemaakt tussen actualisering en vergoedende interesten.
Actualisering dient om geldontwaarding op te vangen tussen het ontstaan van de schade en het vonnis. Vergoedende interesten vergoeden daarentegen de schade die voortvloeit uit de vertraging waarmee het slachtoffer zijn vergoeding ontvangt. Dit zijn twee verschillende correctiemechanismen, zodat er geen sprake is van dubbele vergoeding wanneer beide naast elkaar worden toegepast.
Deze beginselen kwamen aan bod in het hier verder weergegeven vonnis.
Concrete samenvatting van de casus
De zaak heeft betrekking op een slachtoffer van de aanslagen op de luchthaven van Zaventem van 22 maart 2016. De heer S.K. bevond zich op dat ogenblik in de vertrekhal, op korte afstand van de tweede explosie. Nadat hij de eerste ontploffing had gehoord, ging hij op de grond liggen. Zijn golftas heeft hem tegen zwaardere lichamelijke letsels beschermd, maar de gebeurtenis heeft hem zwaar getraumatiseerd.
Sinds de aanslag kampt hij met bilaterale tinnitus en gehoorverlies, alsook met een posttraumatische stressstoornis. Die stoornis uit zich onder meer in geheugenproblemen, slaapproblemen, terugkerende angsten, prikkelbaarheid en seksuele problemen. Hij vordert vergoeding van zijn schade van de aansprakelijkheidsverzekeraar van de luchthaven. Die verzekeraar betwist haar dekking niet, maar acht de gevorderde bedragen te hoog.
Er was geen gerechtelijke expertise, maar wel een minnelijke medische expertise die werd afgesloten in maart 2023. Daarin werden tijdelijke percentages van persoonlijke, economische en huishoudelijke ongeschiktheid vastgesteld, met consolidatie op 1 april 2018. Op dat ogenblik werd de blijvende schade bepaald op 20 procent persoonlijke ongeschiktheid, met dezelfde economische weerslag, en 10 procent huishoudelijke weerslag. Daarnaast werd een seksuele schade erkend en werden bepaalde toekomstige behandelingen en medische voorbehouden vermeld.
Wat de tijdelijke huishoudelijke schade betreft, aanvaardt de rechtbank dat de letsels van de heer S.K. een reële impact hadden op zijn vermogen om huishoudelijke taken uit te voeren. Zij neemt de geactualiseerde bedragen van de Indicatieve Tabel 2024 als basis, omdat de vroegere tabel volgens haar het volume en de kostprijs van huishoudelijk werk onderschatte. Zij houdt rekening met de gezinssituatie van de betrokkene, waaronder het gedeeltelijk verblijf van een kind in het gezin, en onderzoekt ook zijn concrete bijdrage aan het huishouden. Hoewel hij aanvoerde dat hij meer deed dan zijn echtgenote, vond de rechtbank dat onvoldoende concreet aangetoond. Gelet op zijn 4/5de tewerkstelling en zijn sportactiviteiten bepaalt zij zijn bijdrage in het huishouden op 40 procent. Op basis daarvan kent zij voor de tijdelijke huishoudelijke schade een bedrag van 3.247,65 euro toe, te verhogen met vergoedende interesten.
Voor de blijvende huishoudelijke schade verzette de verzekeraar zich tegen kapitalisatie. Zij voerde aan dat de schade niet lineair zou zijn, onder meer omdat huishoudelijke capaciteit met de jaren afneemt. De rechtbank volgt dat standpunt niet. Zij oordeelt dat het niet aan het slachtoffer toekomt om de lineariteit van zijn toekomstige schade te bewijzen. Bovendien vindt zij het argument over de algemene afname van huishoudelijke capaciteit te abstract. In dit concrete geval stelt zij vast dat de psychische gevolgen van de aanslag juist maken dat de moeilijkheden van de heer S.K. in het huishouden niet zullen verbeteren. De deskundige stukken tonen immers een blijvende vermoeidheid, slaaptekort, geheugen- en concentratieproblemen en energieverlies aan, waardoor hij dagelijks moeilijkheden ondervindt bij huishoudelijke taken en zich met notities moet behelpen om taken niet te vergeten.
Daarom kiest de rechtbank voor kapitalisatie van de toekomstige blijvende huishoudelijke schade. Zij gebruikt daarvoor de prospectieve Jaumain-tabellen 2025, met de aanbevolen rente- en inflatieparameters. Zij neemt als vertrekpunt de dagbedragen die ook voor de tijdelijke huishoudelijke schade werden gebruikt en houdt rekening met de verdere evolutie van de gezinssituatie, onder meer het moment waarop kinderen meerderjarig worden en vermoedelijk het gezin verlaten. Voor de reeds verstreken periode van blijvende huishoudelijke schade vanaf consolidatie tot het vonnis kent zij 1.998 euro toe, vermeerderd met vergoedende interesten. Voor de toekomstige blijvende huishoudelijke schade kent zij 14.373,97 euro toe.
In het eindbeschikkend gedeelte verklaart de rechtbank de vordering van de heer S.K. grotendeels gegrond en veroordeelt zij de verzekeraar tot betaling van meerdere schadebedragen voor verschillende schadeposten, met vergoedende interesten voor het verleden en moratoire interesten vanaf de dag na het vonnis. Zij verleent ook akte van medische en fiscale voorbehouden en staat de voorlopige tenuitvoerlegging toe, met uitsluiting van kantonnement tot een bepaald bedrag.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
