FAQ – De stuitende ingebrekestelling door advocaten of gerechtsdeurwaarders (art. 2244, § 2 BW)
1. Wat is een stuitende ingebrekestelling?
Een stuitende ingebrekestelling is een aangetekende brief die door een advocaat, gerechtsdeurwaarder of gemachtigde (art. 728, § 3 Ger.W.) namens een schuldeiser wordt verzonden aan een schuldenaar. Als de brief voldoet aan de voorwaarden van artikel 2244, § 2 BW, onderbreekt zij de lopende verjaringstermijn en doet zij een nieuwe termijn van één jaar beginnen te lopen.
2. Waarom werd dit mechanisme ingevoerd?
De wet van 23 mei 2013 werd ingevoerd om te vermijden dat schuldeisers verplicht werden te dagvaarden enkel om de verjaring te stuiten. De wetgever wilde zo de mogelijkheid creëren om tijdens minnelijke onderhandelingen tijdelijk bescherming te genieten tegen verjaring.
3. Wie mag een stuitende ingebrekestelling versturen?
Alleen drie categorieën van personen:
-
de advocaat van de schuldeiser;
-
de gerechtsdeurwaarder aangesteld door de schuldeiser;
-
de persoon gemachtigd op grond van artikel 728, § 3 Ger.W. (bijvoorbeeld een vertegenwoordiger in handelszaken).
Incassobureaus of de schuldeiser zelf kunnen dit niet doen. Het Grondwettelijk Hof heeft bevestigd dat dit onderscheid niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel.
4. Kan een advocaat dit doen zonder bijzondere volmacht?
Niet altijd. Een deel van de rechtsleer (onder meer Marchandise, JT 2015) oordeelt dat het verzenden van een stuitende ingebrekestelling een aparte buitengerechtelijke rechtshandeling is, waarvoor een bijzondere volmacht vereist is.
5. Wanneer kan een stuitende ingebrekestelling worden gebruikt?
Zolang de schuld nog niet verjaard is en de schuldenaar woonplaats, verblijfplaats of maatschappelijke zetel in België heeft. Voor buitenlandse schuldenaren is de regeling enkel toepasbaar als zij in België woonplaatskeuze hebben gedaan.
6. Hoe moet de ingebrekestelling worden verstuurd?
De brief moet per aangetekende zending met ontvangstbewijs worden verzonden. De afzender moet het adres van de schuldenaar verifiëren met een document dat niet ouder is dan één maand. Wanneer de schuldenaar een andere feitelijke verblijfplaats heeft, moet een kopie ook daarheen worden gestuurd.
7. Welke vermeldingen zijn verplicht in de brief?
Om stuitend effect te hebben, moet de brief alle volgende elementen bevatten:
-
de identiteit en contactgegevens van schuldeiser en schuldenaar;
-
een beschrijving van de verbintenis;
-
een gedetailleerde verantwoording van de gevorderde bedragen (hoofdsom, schadevergoeding, interesten, kosten);
-
de termijn voor uitvoering alvorens verdere stappen volgen;
-
de waarschuwing dat gerechtelijke stappen zullen worden ondernomen bij niet-betaling;
-
de uitdrukkelijke vermelding dat de brief verjaringsstuitend is;
-
de handtekening van de advocaat of gerechtsdeurwaarder.
Ontbreekt één van deze vermeldingen, dan heeft de brief geen stuitend effect, maar blijft zij wel een gewone ingebrekestelling.
8. Wanneer treedt de stuiting in werking?
De stuiting treedt in op de dag van verzending van de aangetekende brief. De ontvangst door de schuldenaar is dus niet vereist, al moet de verzender de verzending kunnen bewijzen.
9. Hoe lang duurt het stuitend effect?
Na de stuiting begint een nieuwe termijn van één jaar te lopen, tenzij de oorspronkelijke verjaringstermijn korter was. De regeling heeft dus een tijdelijk karakter: zij biedt de schuldeiser een korte extra periode om te dagvaarden of een andere stuitingsdaad te stellen.
10. Kan de stuitende ingebrekestelling meermaals worden gebruikt?
Nee. De wet laat slechts één enkele stuitende ingebrekestelling toe per schuldvordering. Binnen de daaropvolgende periode van één jaar kan de schuldeiser geen tweede stuitende brief sturen.
11. Wat als de brief niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet?
In dat geval verliest zij haar stuitend karakter, maar blijft zij een gewone ingebrekestelling in de zin van artikel 1139 en 1153 BW. Dat betekent dat zij wel verwijlintresten doet lopen en de schuldenaar formeel in gebreke stelt.
12. Geldt de stuiting ook tegenover andere schuldenaren?
Ja. De stuitende ingebrekestelling aan één hoofdelijke schuldenaar werkt ook ten aanzien van de andere hoofdelijke schuldenaren (art. 2249 en 2250 BW).
13. Wat gebeurt er na de stuiting?
Tijdens het jaar dat volgt op de stuitende ingebrekestelling kan de schuldeiser nog een andere stuitingsdaad stellen, bijvoorbeeld:
-
• een dagvaarding;
-
• een bevel tot betaling;
-
• een beslag.
Als dat gebeurt, begint de oorspronkelijke verjaringstermijn volledig opnieuw te lopen.
14. Wanneer is de stuitende ingebrekestelling nuttig?
Vooral wanneer de oorspronkelijke verjaringstermijn bijna verstreken is en de partijen nog onderhandelen. In dat geval biedt het instrument een tijdelijke bescherming van één jaar zonder de noodzaak om onmiddellijk te procederen.
15. Samengevat: wat is het juridisch effect?
Een geldige stuitende ingebrekestelling:
-
• onderbreekt de lopende verjaring;
-
• doet een nieuwe termijn van één jaar beginnen te lopen;
-
• kan niet worden herhaald binnen dat jaar;
-
• werkt relatief, maar geldt ook voor hoofdelijke medeschuldenaren;
-
• blijft geldig als gewone ingebrekestelling indien niet aan alle vereisten voldaan is.
Praktisch advies: gebruik dit instrument enkel in de laatste fase van de verjaring, en zorg dat de brief strikt voldoet aan alle wettelijke vorm- en inhoudsvereisten. Een onvolledige brief stuit niet — en herhaling is wettelijk uitgesloten.
