- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Het beslag als daad van stuiting van de verjaring
Artikel 2244 BW bepaalt dat ook een beslag dat wordt betekend aan degene die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, stuitende werking heeft. Zowel uitvoerend als bewarend beslag — en zowel rechtstreeks als onder derden — worden beschouwd als daden die de verjaring onderbreken. Het onderscheid tussen beide beslagvormen verklaart waarom het beslag als afzonderlijke stuitingsgrond in de wet werd opgenomen: voor een bewarend beslag of een beslag onder derden is immers geen voorafgaand betalingsbevel vereist.
Aanvangspunt van de stuiting
Net als bij het betalingsbevel vereist de wet dat het beslag wordt betekend aan de schuldenaar om stuitende werking te hebben. De betekening is een noodzakelijke voorwaarde voor het intreden van de stuiting, maar bepaalt niet het aanvangspunt ervan. De stuiting vangt aan op het moment waarop het beslag effectief wordt gelegd. Vanaf dat ogenblik is de lopende verjaringstermijn onderbroken.
Omvang van de stuiting
De stuiting door beslag heeft, net als andere burgerlijke stuitingsgronden, een relatieve werking. Zij strekt zich enkel uit tot de aanspraak waarop het beslag betrekking heeft en tot de partijen die bij het beslag betrokken zijn. Bij een bewarend beslag blijft de stuiting beperkt tot de schuldvordering die door het beslag wordt veiliggesteld; bij een uitvoerend beslag tot de schuld die daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd.
Bij een beslag onder derden werkt de stuiting dubbel: zij onderbreekt zowel de verjaring van de schuldvordering die de beslagen schuldenaar op de derde heeft, als de verjaring van de schuldvordering van de beslaglegger op de beslagen schuldenaar. Op die manier wordt vermeden dat één van beide verhoudingen zou verjaren terwijl de uitvoering via derdenbeslag nog hangende is. De concrete draagwijdte van de stuiting moet evenwel steeds in concreto uit het beslag zelf worden afgeleid.
De uitzonderingen van de artikelen 2249 en 2250 BW gelden ook hier. De stuiting tegenover één hoofdelijke schuldenaar werkt dus ten aanzien van alle hoofdelijke medeschuldenaren, en tegenover de hoofdschuldenaar eveneens ten aanzien van de borg.
Gevolgen van de stuiting voor de toekomst
De stuiting door beslag heeft voor de toekomst dezelfde gevolgen als de stuiting door dagvaarding: een nieuwe verjaringstermijn begint pas te lopen op de dag volgend op de laatste procesdaad. De stuiting duurt voort zolang het beslag niet volledig is uitgevoerd of opgeheven.
Bij een beslag onder derden begint de nieuwe verjaringstermijn pas te lopen daags na de overhandiging van de ingehouden gelden aan de schuldeiser. Indien het beslag ongegrond wordt verklaard, begint de nieuwe termijn te lopen de dag na de definitieve beslissing die de ongeldigheid vaststelt.
Het beslag vormt dus een volwaardige stuitingsgrond die zowel het verleden als de toekomst beïnvloedt: het doet de lopende verjaring teniet en verhindert dat een nieuwe termijn aanvangt zolang het beslag niet is afgehandeld. Hiermee biedt het een krachtig middel aan de schuldeiser om zijn rechten te vrijwaren en de verjaring te onderbreken zonder een nieuwe gerechtelijke vordering te moeten instellen.
- Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
- Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
