- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 6
Strafrechtelijke aansprakelijkheid rechtspersoon deelneming bestuurders (2)
Een rechtspersoon kan strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor misdrijven die voor haar rekening werden gepleegd. De constitutieve bestanddelen van het misdrijf moeten dan worden vastgesteld in hoofde van de rechtspersoon. Dat sluit niet uit dat ook de natuurlijke personen die als orgaan of aangestelde voor de rechtspersoon handelden, strafrechtelijk aansprakelijk kunnen zijn.
De natuurlijke persoon hoeft het misdrijf niet noodzakelijk voor eigen persoonlijk voordeel te hebben gepleegd. Het volstaat dat hij als orgaan of aangestelde heeft gehandeld op een wijze waardoor de rechtspersoon het misdrijf pleegde, voor zover de wettelijke voorwaarden voor zijn persoonlijke aansprakelijkheid vervuld zijn.
In de casus van het hierna weergegeven arrest ging het om een vennootschap die verkoopopbrengsten moest innen voor een andere vennootschap. De overeenkomst bepaalde dat de ontvangende vennootschap de opbrengsten van de verkoop moest afrekenen en doorstorten, na aftrek van haar commissie. De ontvangen gelden waren volgens het hof van beroep eigendom van de andere vennootschap.
De ontvangende vennootschap stortte de bedragen niet door. De bestuurders voerden aan dat zij de bedragen niet voor zichzelf persoonlijk hadden verduisterd. Dat argument werd verworpen. Volgens het Hof van Cassatie is voor misbruik van vertrouwen niet vereist dat de bestuurders de gelden persoonlijk in eigen zak hebben gestoken. Beslissend is dat zij wisten dat de vennootschap de gelden moest teruggeven of doorstorten, maar zich toch gedroegen alsof de vennootschap eigenaar was van de gelden en die dus vrij voor eigen doeleinden kon gebruiken.
Bij geld, dat een vervangbare zaak is, ontstaat het misdrijf van misbruik van vertrouwen zodra de dader zich in de onmogelijkheid bevindt om het geld terug te geven of door te storten. De morele component bestaat in de bedoeling om zich de toevertrouwde zaak toe te eigenen of ze aan de eigenaar te onttrekken. Die bedoeling kan reeds bestaan bij de overhandiging, maar kan ook later ontstaan.
Het arrest is praktisch belangrijk voor handelsrelaties waarbij één partij gelden int voor een andere partij. Denk aan franchise, concessie, distributie, verkoopstanden, platformverkoop, tussenpersonen, beheerders, makelaars, syndici of andere dienstverleners die bedragen ontvangen voor rekening van derden.
Wie geld ontvangt voor rekening van een ander, moet dat geld juridisch correct behandelen. Het is niet omdat het geld boekhoudkundig of feitelijk op de rekening van de tussenpersoon komt, dat het vrij beschikbaar wordt. Wanneer de verplichting tot doorstorting duidelijk is, kan het niet-doorstorten onder omstandigheden niet alleen een burgerlijke wanprestatie zijn, maar ook strafrechtelijke gevolgen hebben.
Bestuurdersaansprakelijkheid: geen persoonlijk voordeel vereist
Een belangrijk onderdeel van het arrest is dat de natuurlijke personen niet kunnen ontsnappen aan aansprakelijkheid door te zeggen dat zij het geld niet persoonlijk hebben ontvangen.
Bestuurders of zaakvoerders handelen vaak via de vennootschap. Wanneer zij als organen van de vennootschap beslissen om gelden die aan een derde toebehoren niet door te storten, kan hun persoonlijke strafrechtelijke aansprakelijkheid in beeld komen. Het is daarbij niet noodzakelijk dat zij zichzelf rechtstreeks hebben verrijkt.
Het verwijt kan er ook in bestaan dat zij de vennootschap hebben laten handelen alsof zij eigenaar was van gelden die zij enkel precair bezat en moest doorstorten. Het persoonlijk voordeel is dus niet het enige criterium. De kennis van de doorstortingsplicht en het feitelijk gebruik van de gelden alsof zij aan de vennootschap toebehoorden, kunnen volstaan om het vereiste bedrieglijk gedrag te ondersteunen.
Misbruik van vertrouwen bij geld
Misbruik van vertrouwen veronderstelt dat een goed wordt toevertrouwd en nadien wordt verduisterd of verspild. Bij geld speelt daarbij een bijzonderheid: geld is vervangbaar. Dezelfde biljetten of munten moeten niet noodzakelijk worden teruggegeven. Maar wie geld moet terugbetalen of doorstorten, moet wel in staat blijven om dat te doen.
Wanneer de persoon die het geld ontving zich in de onmogelijkheid plaatst om het verschuldigde bedrag terug te geven, kan het misdrijf voltooid zijn. Het gaat dan niet louter om een betalingsachterstand, maar om een situatie waarin het geld dat voor een ander bestemd was, wordt behandeld alsof het vrij beschikbaar was voor eigen doeleinden.
Het onderscheid tussen een gewone betalingsmoeilijkheid en strafbaar misbruik van vertrouwen blijft feitelijk. Er moet worden nagegaan wat de afspraken waren, wie eigenaar bleef van de gelden, of er een precair bezit was, of er een verplichting tot afrekening en doorstorting bestond, en of de betrokkene bewust handelde in strijd met die verplichting.
FAQ
Kan een vennootschap strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor misbruik van vertrouwen?
Ja. Een rechtspersoon kan strafrechtelijk aansprakelijk zijn wanneer de concrete feiten aantonen dat het misdrijf voor haar rekening werd gepleegd. De bestanddelen van het misdrijf moeten dan in hoofde van de rechtspersoon worden vastgesteld.
Kan ook de bestuurder persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk zijn?
Ja. Een bestuurder, zaakvoerder, orgaan of aangestelde kan naast de vennootschap aansprakelijk zijn wanneer hij door zijn handelen heeft bijgedragen tot het misdrijf, volgens de wettelijke regels over samenloop tussen rechtspersoon en natuurlijke persoon.
Moet de bestuurder persoonlijk geld in eigen zak hebben gestoken?
Neen. Dat is het belangrijkste praktische punt van dit arrest. Het is niet vereist dat de bestuurder het geld persoonlijk heeft ontvangen of er persoonlijk rijker van is geworden. Het kan volstaan dat hij wist dat de vennootschap het geld moest doorstorten, maar toch heeft gehandeld alsof de vennootschap het geld vrij mocht gebruiken.
Wanneer is er bij geld sprake van misbruik van vertrouwen?
Bij geld ontstaat het misdrijf wanneer de persoon die het geld moest teruggeven of doorstorten zich in de onmogelijkheid bevindt om dat te doen, terwijl hij het geld slechts precair bezat en wist dat het aan een ander toekwam.
Is elke niet-betaling of laattijdige betaling strafbaar?
Neen. Niet elke contractuele wanbetaling is misbruik van vertrouwen. Er moet meer zijn dan een gewone betalingsachterstand. Belangrijk zijn onder meer de afspraken tussen partijen, de bestemming van het geld, de verplichting tot doorstorting, de kennis daarvan en het gedrag van de betrokkenen.
Wat betekent precair bezit?
Precair bezit betekent dat iemand een goed of geldbedrag feitelijk in handen heeft, maar niet als eigenaar. Hij houdt het voor een bepaald doel en moet het teruggeven, doorstorten of gebruiken volgens de gemaakte afspraken.
Waarom is dit belangrijk voor handelsagenten, franchisenemers, platformen of tussenpersonen?
Omdat zij vaak gelden innen voor rekening van een andere partij. Wanneer zij die gelden niet afzonderen of niet tijdig doorstorten, kan dat niet alleen een contractueel probleem zijn, maar in ernstige gevallen ook strafrechtelijke gevolgen hebben.
Wat moet een onderneming doen die geld voor een ander ontvangt?
Zij moet duidelijke afspraken maken over eigendom, afrekening, commissie, doorstorting en termijnen. In de praktijk is het verstandig om de ontvangen bedragen boekhoudkundig duidelijk te onderscheiden en ervoor te zorgen dat de doorstorting steeds mogelijk blijft.
Wat zegt het hierna weergegeven arrest over de rechtsplegingsvergoeding?
Wanneer een partij het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding vraagt, moet de rechter het toepasselijke geïndexeerde basisbedrag toepassen. Dat is geen toekenning van meer dan gevraagd.
Moet men in conclusies altijd het geïndexeerde bedrag vragen?
Het is beter om dat uitdrukkelijk te doen. Men kan bijvoorbeeld vragen: “de rechtsplegingsvergoeding aan het toepasselijke basisbedrag, zoals geïndexeerd op het ogenblik van de uitspraak”. Maar volgens dit arrest past de rechter de indexering ambtshalve toe wanneer het basisbedrag wordt gevraagd.
Praktische aandachtspunten
Een overeenkomst waarbij één partij gelden int voor een andere partij moet zeer duidelijk bepalen wie eigenaar is van de ontvangen bedragen, wanneer moet worden afgerekend, welke commissie mag worden afgehouden en binnen welke termijn moet worden doorgestort.
Bestuurders mogen zich niet laten sussen door het idee dat zij persoonlijk niets hebben ontvangen. Wanneer zij weten dat gelden aan een derde toekomen en toch beslissen om die gelden binnen de vennootschap te gebruiken alsof ze vrij beschikbaar zijn, kan hun persoonlijke aansprakelijkheid in het gedrang komen.
Bij financiële moeilijkheden is extra voorzichtigheid geboden. Zodra duidelijk wordt dat de vennootschap de geïnde gelden niet meer kan doorstorten, kan de zaak evolueren van een burgerlijk geschil naar een strafrechtelijk probleem.
Voor de rechtsplegingsvergoeding is het nuttig om steeds het wettelijk toepasselijke basisbedrag te vorderen, zoals geïndexeerd op de datum van uitspraak.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
