- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Recht van de burgerlijke partij om getuigen te laten horen: geen absoluut recht
Een burgerlijke partij in een strafprocedure heeft recht op een eerlijk proces. Zij moet haar schadevordering kunnen toelichten, bewijs kunnen aanbrengen en bewijselementen van de andere partij kunnen betwisten. Dit behoort tot het beginsel van wapengelijkheid.
Maar dat betekent niet dat de burgerlijke partij altijd het recht heeft om getuigen te laten oproepen en ondervragen op de zitting.
Het Hof van Cassatie bevestigt in het hierna weergeven arrest dat de rechter mag beoordelen of een gevraagd getuigenverhoor nuttig, nodig en gepast is. De rechter moet dus niet automatisch ingaan op elk verzoek van een burgerlijke partij om getuigen te horen. Vooral wanneer de getuigen al eerder verklaringen hebben afgelegd, geen rechtstreekse getuigen waren van de feiten, of wanneer door tijdsverloop hun herinnering minder betrouwbaar kan zijn geworden, kan de rechter beslissen dat een nieuw verhoor niet nodig is.
Verschil tussen beklaagde en burgerlijke partij
Een belangrijk praktisch punt is dat de rechten van de beklaagde en die van de burgerlijke partij niet volledig gelijk zijn.
De beklaagde kan zich beroepen op het specifieke recht om getuigen à charge en à décharge te laten ondervragen. Dat recht volgt uit artikel 6.3.d EVRM.
De burgerlijke partij kan zich daar niet op beroepen. Zij kan wel verwijzen naar haar algemeen recht op een eerlijk proces en naar wapengelijkheid, maar dat geeft haar geen absoluut recht op getuigenverhoor. Het Hof van Cassatie zegt uitdrukkelijk dat artikel 6.3.d EVRM niet van toepassing is op burgerlijke partijen.
Wat betekent wapengelijkheid dan wel?
Wapengelijkheid betekent dat elke partij een redelijke kans moet krijgen om haar zaak voor te leggen aan de rechter.
Voor een burgerlijke partij betekent dit onder meer:
• zij moet stukken kunnen neerleggen;
• zij moet verklaringen en bewijsmateriaal kunnen bespreken;
• zij moet argumenten kunnen ontwikkelen;
• zij mag vragen dat bepaalde onderzoeksmaatregelen worden bevolen;
• zij mag vragen dat getuigen worden gehoord.
Maar de rechter blijft vrij om te oordelen of dit werkelijk nodig is. Wapengelijkheid betekent dus niet dat elke partij exact dezelfde procedurele wapens heeft. Het betekent vooral dat geen enkele partij in een wezenlijk nadelige positie mag worden geplaatst.
Praktisch gevolg voor slachtoffers
Voor slachtoffers die zich burgerlijke partij stellen, is deze rechtspraak belangrijk.
Wie wil dat getuigen op de zitting worden gehoord, moet dat verzoek zeer goed motiveren. Het volstaat niet om te zeggen dat een getuige “belangrijk” of “cruciaal” is. Men moet duidelijk uitleggen:
• waarover de getuige precies kan verklaren;
• waarom die verklaring nog niet voldoende blijkt uit het dossier;
• waarom een schriftelijke verklaring niet volstaat;
• waarom een verhoor op de zitting noodzakelijk is;
• waarom de weigering van het verhoor het recht op een eerlijk proces zou schenden;
• waarom de burgerlijke partij anders wezenlijk wordt benadeeld tegenover de beklaagde.
Als die argumenten niet duidelijk in conclusies worden opgenomen, loopt men het risico dat het Hof van Cassatie later zegt dat dit punt niet tijdig of niet voldoende werd aangevoerd.
FAQ
Heeft de burgerlijke partij recht op een eerlijk proces?
Ja. Ook de burgerlijke partij heeft recht op een eerlijk proces. Zij moet haar schadevordering behoorlijk kunnen verdedigen en haar bewijs kunnen voorleggen.
Heeft de burgerlijke partij hetzelfde recht op getuigenverhoor als de beklaagde?
Neen. De beklaagde beschikt over specifieke rechten in verband met het horen van getuigen in strafzaken. De burgerlijke partij kan zich niet beroepen op datzelfde specifieke recht.
Kan de burgerlijke partij dan nooit getuigen laten horen?
Jawel. Zij kan altijd vragen dat getuigen worden gehoord. Maar zij moet goed uitleggen waarom dat nodig is. De rechter beslist uiteindelijk.
Mag de rechter een getuigenverhoor weigeren?
Ja. De rechter mag dat weigeren als hij vindt dat het verhoor niet nuttig, niet nodig of niet dienstig is voor de waarheidsvinding.
Wat als de getuige al eerder een verklaring heeft afgelegd?
Dan kan de rechter oordelen dat een nieuw verhoor op de zitting niets wezenlijks toevoegt.
Wat als de feiten lang geleden gebeurden?
Ook dat kan een rol spelen. Door tijdsverloop kan de herinnering van getuigen vervagen. De rechter mag daarmee rekening houden.
Moet de rechter altijd uitdrukkelijk zeggen dat het recht op eerlijk proces niet is geschonden?
Niet altijd. Als daarover geen duidelijke conclusie werd genomen, kan het volstaan dat uit de beslissing blijkt waarom het getuigenverhoor niet nuttig was.
Wat is de belangrijkste les voor de praktijk?
Een verzoek tot getuigenverhoor moet concreet, precies en juridisch goed gemotiveerd zijn. Men moet niet alleen zeggen wie men wil horen, maar vooral waarom dat verhoor noodzakelijk is voor een eerlijk proces.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
