- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 10
Nieuw financieringsmodel voor de thuisverpleging: pilootproject vanaf 1 juni 2026
De thuisverpleging staat onder toenemende druk. De bevolking vergrijst, chronische aandoeningen nemen toe en steeds meer zorg wordt niet langer in het ziekenhuis maar thuis bij de patiënt georganiseerd. Daardoor krijgen thuisverpleegkundigen en zorgkundigen een steeds zwaardere rol. Het bestaande financieringssysteem houdt volgens het RIZIV niet altijd voldoende rekening met alle taken die in de praktijk belangrijk zijn, zoals patiënteneducatie, overleg, zorgcoördinatie, verplaatsingen en samenwerking met andere zorgverleners.
Om na te gaan hoe dit anders kan, start het RIZIV samen met de sector, de verzekeringsinstellingen en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg een pilootproject voor een nieuw financieringsmodel in de thuisverpleging. Het project loopt van 1 juni 2026 tot en met 31 mei 2028. Daarna volgt in 2028 een evaluatie door het KCE, die de basis moet vormen voor latere beleidskeuzes.
Waarom is een nieuw model nodig?
Het huidige systeem vertrekt in grote mate vanuit afzonderlijke prestaties en nomenclatuurverstrekkingen. Dat heeft als nadeel dat de vergoeding sterk gekoppeld is aan concrete handelingen, terwijl goede thuisverpleging vaak meer omvat dan alleen de zichtbare verzorging zelf.
Een thuisverpleegkundige moet niet alleen een wonde verzorgen, medicatie toedienen of hygiënische zorg verlenen. In de praktijk gaat het ook om observeren, signaleren, uitleg geven aan de patiënt, overleg plegen met familie of andere zorgverleners, de zorg afstemmen op de toestand van de patiënt en soms voorkomen dat de patiënt opnieuw in het ziekenhuis terechtkomt. Niet al die taken worden in het huidige systeem even duidelijk erkend of vergoed.
Het pilootproject wil daarom nagaan of een ander financieringssysteem beter aansluit bij de werkelijke zorgnood van de patiënt en bij de realiteit van het werk op het terrein.
Wat wordt onderzocht?
Het RIZIV onderzoekt geen definitief nieuw systeem, maar een proefmodel. Dat is belangrijk. Het pilootproject betekent dus niet dat de huidige regeling meteen voor iedereen wordt vervangen. Het project dient om gegevens te verzamelen, ervaringen te beoordelen en na te gaan wat wel en niet werkt.
De deelnemende praktijken werken tijdens de pilootfase met een alternatieve financiering, los van de gewone regeling van artikel 8 van de nomenclatuur. Daarbij wordt gedurende twee jaar informatie verzameld over onder meer tijdsbesteding, uitgevoerde handelingen, zorgkwaliteit en jobtevredenheid.
Twee vormen van financiering
Het alternatieve systeem bestaat uit twee onderdelen.
Activiteitenfinanciering
In plaats van de klassieke vergoeding per nomenclatuurprestatie wordt gewerkt met een vergoeding op basis van een uurtarief. Daarbij wordt niet alleen de effectieve zorgtijd vergoed, maar ook de verplaatsingstijd. Dit kan belangrijk zijn omdat thuisverpleging per definitie zorg aan huis is en verplaatsingen een wezenlijk onderdeel vormen van de organisatie van het werk.
Praktijkfinanciering
Daarnaast komt er een vorm van praktijkfinanciering. Praktijken die inzetten op kwaliteit kunnen daarvoor worden vergoed op basis van een puntensysteem. Het gaat bijvoorbeeld om permanente vorming, interdisciplinaire samenwerking en zorgcoördinatie. Daarmee wil men niet alleen de individuele handeling vergoeden, maar ook de kwaliteit en organisatie van de zorgpraktijk erkennen.
Kwaliteit boven kwantiteit
De bedoeling van het project is duidelijk: nagaan of thuisverpleging in de toekomst minder moet worden gefinancierd volgens een louter kwantitatieve logica en meer volgens een model dat rekening houdt met kwaliteit, zorgnood en professioneel inzicht.
Een toekomstgericht systeem moet volgens het RIZIV onder meer kwaliteit boven kwantiteit plaatsen, vertrekken vanuit de zorgnood van de patiënt, de autonomie van zorgverleners erkennen, samenwerking met andere disciplines bevorderen en leiden tot efficiëntere en meer globale zorg.
Dat is een belangrijke verschuiving. De vraag is niet alleen: welke handeling werd uitgevoerd? De vraag wordt ook: welke zorg had deze patiënt nodig, hoeveel tijd vergde die zorg, hoe werd ze georganiseerd en welke kwaliteit werd geleverd?
Wie neemt deel aan het pilootproject?
Volgens het RIZIV nemen 58 praktijken deel. Daarvan zullen 32 praktijken effectief als pilootpraktijk werken met de nieuwe financiering en nieuwe manier van werken. De andere 26 praktijken vormen een controlegroep. Zij blijven werken zoals voorheen, maar leveren wel gegevens aan voor de wetenschappelijke opvolging.
De selectie omvat zowel volledig loontrekkende praktijken, volledig zelfstandige praktijken als gemengde praktijken. Op die manier wil men rekening houden met de verscheidenheid binnen de thuisverpleging.
Wat betekent dit voor patiënten?
Voor patiënten verandert het systeem niet onmiddellijk algemeen. Het gaat om een pilootproject met geselecteerde praktijken. De bedoeling is wel dat de resultaten op termijn kunnen leiden tot een ander financieringssysteem voor de thuisverpleging.
Voor patiënten is vooral belangrijk dat het project gericht is op meer zorg op maat. Een goed financieringssysteem moet ervoor zorgen dat patiënten thuis de nodige verpleegkundige zorg kunnen krijgen, zonder dat de vergoeding van de zorgverlener te eng wordt bepaald door afzonderlijke technische prestaties.
Wat betekent dit voor thuisverpleegkundigen?
Voor thuisverpleegkundigen is dit project belangrijk omdat het erkent dat hun werk ruimer is dan de klassieke lijst van vergoedbare handelingen. Zorgkwaliteit, overleg, educatie, verplaatsingstijd, organisatie en samenwerking maken deel uit van de dagelijkse praktijk.
Het project kan daarom op termijn leiden tot een financiering die beter aansluit bij de werkelijke werklast. Tegelijk is het nog geen definitieve hervorming. De resultaten van de pilootfase en de evaluatie door het KCE zullen bepalend zijn voor de verdere uitwerking.
Praktisch belang
Dit pilootproject is meer dan een technische oefening. Het raakt aan de vraag hoe thuiszorg in de toekomst betaalbaar, werkbaar en kwaliteitsvol kan blijven. De thuisverpleging wordt steeds belangrijker in een gezondheidszorg waarin patiënten sneller uit het ziekenhuis ontslagen worden en langer thuis blijven wonen.
Een financieringsmodel dat onvoldoende rekening houdt met tijd, overleg, zorgcoördinatie en patiënteneducatie riskeert de druk op zorgverleners te verhogen en de kwaliteit van zorg te verzwakken. Een beter aangepast model kan daarentegen bijdragen tot meer continuïteit, meer samenwerking en meer erkenning voor het werk van thuisverpleegkundigen.
Besluit
Het pilootproject van het RIZIV is een eerste stap naar een mogelijke hervorming van de financiering van de thuisverpleging. Het project onderzoekt of een systeem met activiteitenfinanciering en praktijkfinanciering beter aansluit bij de werkelijke zorgnoden van patiënten en bij de dagelijkse praktijk van thuisverpleegkundigen.
De hervorming is nog niet definitief. De pilootfase loopt van 1 juni 2026 tot en met 31 mei 2028. Pas na de evaluatie door het KCE zal duidelijk worden welke aanbevelingen daaruit volgen en hoe een toekomstig financieringssysteem er eventueel kan uitzien.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
