- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Bewijslast betalingsdienstverstrekker inzake informatieverplichting
De regelgeving inzake betalingsdiensten vertrekt van het uitgangspunt dat transparantie en correcte informatieverstrekking essentieel zijn voor de bescherming van de betalingsdienstgebruiker. In dat kader bepaalt de wet uitdrukkelijk wie het bewijs moet leveren dat aan deze informatieverplichtingen is voldaan.
De bewijslast van de naleving van de wettelijke informatieverplichtingen rust volledig op de betalingsdienstaanbieder. De betalingsdienstgebruiker hoeft dus niet aan te tonen dat hij onvoldoende of geen informatie heeft ontvangen. Het is aan de aanbieder om te bewijzen dat hij zijn verplichtingen correct en volledig is nagekomen. Dit uitgangspunt is duidelijk en laat weinig ruimte voor interpretatie.
In de praktijk proberen betalingsdienstaanbieders dit bewijs vaak te organiseren via standaardclausules. De betalingsdienstgebruiker wordt dan gevraagd te bevestigen dat hij de wettelijk vereiste informatie of de algemene voorwaarden heeft ontvangen of geraadpleegd, bijvoorbeeld door een handtekening of een elektronische bevestiging. Dergelijke clausules worden al lange tijd gebruikt in de financiële sector en worden in de Belgische rechtspraak in beginsel aanvaard als geldig bewijsinstrument. Wie zo’n verklaring ondertekent, zal in de regel moeilijk kunnen aantonen dat de informatie in werkelijkheid niet werd verstrekt.
Toch is deze benadering niet zonder grenzen. Onder invloed van de rechtspraak van het Hof van Justitie over informatieverplichtingen in het consumentenrecht is de vraag gerezen of een louter standaardbeding volstaat om aan de bewijslast te voldoen. Het Hof heeft benadrukt dat het doeltreffendheidsbeginsel vereist dat consumenten hun rechten daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Een beding waarin de consument erkent dat alle informatie correct werd verstrekt, mag er niet toe leiden dat de aanbieder zijn wettelijke verplichtingen kan omzeilen of dat de bewijslast in feite op de consument wordt afgewenteld.
Een dergelijk beding kan hoogstens gelden als een aanwijzing. De betalingsdienstaanbieder zal dit moeten ondersteunen met bijkomende, concrete bewijzen waaruit blijkt dat de informatie effectief en correct werd verstrekt. De betalingsdienstgebruiker moet steeds de mogelijkheid behouden om aan te voeren dat hij de vereiste informatie niet heeft ontvangen of dat deze informatie ontoereikend was. Een clausule die neerkomt op een volledige en definitieve erkenning van correcte informatieverstrekking houdt immers een ontoelaatbare omkering van de bewijslast in en ondergraaft de bescherming die de wet beoogt te bieden.
De draagwijdte van deze benadering reikt verder dan het specifieke domein van consumentenkrediet waaruit zij is gegroeid. Gelet op het gelijkaardige beschermingsdoel ligt het voor de hand dat dezelfde principes worden toegepast op betalingsdiensten. De betalingsdienstaanbieder blijft dus, ook bij gebruik van standaardclausules, verantwoordelijk voor het verzamelen en bewaren van overtuigend bewijs van naleving van zijn informatieverplichtingen.
FAQ
Wie moet bewijzen dat de informatieverplichtingen zijn nageleefd?
De bewijslast rust volledig op de betalingsdienstaanbieder. De betalingsdienstgebruiker hoeft niet aan te tonen dat hij geen of onvoldoende informatie heeft ontvangen.
Moet de betalingsdienstgebruiker bewijzen dat hij slecht of niet werd geïnformeerd?
Neen. De wet vertrekt expliciet van het omgekeerde uitgangspunt: het is aan de aanbieder om aan te tonen dat hij correct heeft geïnformeerd.
Volstaat een clausule waarin de gebruiker bevestigt dat hij de informatie heeft ontvangen?
Niet zonder meer. Zo’n clausule kan slechts een aanwijzing vormen, maar volstaat op zichzelf niet om aan de bewijslast te voldoen.
Zijn dergelijke bevestigingsclausules ongeldig?
Neen. Ze zijn niet per definitie ongeldig, maar hun bewijskracht is beperkt. Ze ontslaan de betalingsdienstaanbieder niet van de verplichting om bijkomend bewijs te leveren.
Kan de bewijslast via contract worden omgekeerd?
Neen. Een contractueel beding dat er in werkelijkheid toe leidt dat de betalingsdienstgebruiker moet bewijzen dat hij niet werd geïnformeerd, is onverenigbaar met de beschermingslogica van de regelgeving.
Waarom volstaat een standaardbeding niet als volledig bewijs?
Omdat dit het risico inhoudt dat de wettelijke informatieverplichtingen worden uitgehold. De consument moet steeds de mogelijkheid behouden om te betwisten dat hij de vereiste informatie daadwerkelijk heeft ontvangen.
Welke bijkomende bewijzen kan een betalingsdienstaanbieder aanvoeren?
Dat kunnen onder meer technische logs, verzendbewijzen, tijdstippen van raadpleging, concrete overhandiging van documenten of andere objectieve elementen zijn waaruit blijkt dat de informatie effectief werd verstrekt.
Wat is het onderliggende beschermingsprincipe?
De regelgeving beoogt een daadwerkelijke en effectieve bescherming van de betalingsdienstgebruiker. Die bescherming verliest haar betekenis als loutere standaardverklaringen volstaan om wettelijke verplichtingen af te dekken.
Is deze benadering beperkt tot betalingsdiensten?
Neen. De redenering sluit aan bij bredere Europese rechtspraak over consumentenbescherming en informatieverplichtingen en werkt door in aanverwante domeinen.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
