- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Begrip kredietgever
Voor de toepassing van de regels inzake consumentenkrediet wordt het begrip kredietgever ruim omschreven. Het gaat om elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die, in het kader van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een krediet toestaat. Doorslaggevend is dus niet de juridische vorm van de actor, maar het beroepsmatig karakter van de kredietverlening.
De wetgever heeft evenwel een belangrijke uitzondering ingevoerd. Wie een kredietovereenkomst aanbiedt of sluit, maar deze overeenkomst onmiddellijk overdraagt of laat overnemen door een vergunde of geregistreerde kredietgever die in de overeenkomst is aangeduid, wordt niet als kredietgever beschouwd. In dat geval verliest de oorspronkelijke aanbieder zijn hoedanigheid van kredietgever, ook al is hij degene die het contract initieel aan de consument voorstelt of afsluit. Deze persoon wordt dan gelijkgesteld met een kredietbemiddelaar.
Deze benadering betekent een duidelijke breuk met het klassieke uitgangspunt dat degene die krediet verleent of toezegt, als kredietgever moet worden gekwalificeerd. De wijziging heeft ertoe geleid dat aanbieders van consumentenkrediet die structureel werken met onmiddellijke overdracht of indeplaatsstelling, systematisch buiten het toepassingsgebied van het begrip kredietgever worden geplaatst.
Daarbij rijst een fundamentele vraag naar de verenigbaarheid van deze nationale afbakening met het Europese consumentenrecht. De Europese definitie van kredietgever sluit immers nauw aan bij het feitelijk verstrekken of toezeggen van krediet in een professionele context, zonder ruimte te laten voor een dergelijke uitsluiting. Tegelijk hanteert het Unierecht een afzonderlijke en beperkter omschreven definitie van kredietbemiddelaar, die enkel betrekking heeft op wie tegen vergoeding bemiddelt bij kredietovereenkomsten of deze namens de kredietgever afsluit.
De nationale regeling leidt er aldus toe dat de definitie van kredietgever wordt verengd en die van kredietbemiddelaar wordt uitgebreid. Dat spanningsveld is des te problematischer omdat de Europese regeling uitgaat van maximale harmonisatie voor wat betreft de geharmoniseerde begrippen. Lidstaten beschikken in dat kader niet over de vrijheid om eigen afwijkende definities te hanteren die de draagwijdte van deze begrippen wijzigen.
In de praktijk komen als kredietgever onder meer in aanmerking: kredietinstellingen die onder prudentieel toezicht staan, financieringsmaatschappijen en andere professionele kredietverstrekkers die geen spaargelden aantrekken, aanbieders van kredietkaarten of gelijkaardige betaalmiddelen, evenals verkopers of dienstverleners die verkoop op afbetaling aanbieden. Ook bij financieringshuur wordt de verhuurder voor de toepassing van het consumentenrecht als kredietgever beschouwd.
Het begrip kredietgever vormt aldus een sleutelelement in de bescherming van de consument. De wijze waarop dit begrip nationaal wordt ingevuld, blijft evenwel onderwerp van juridische discussie, in het bijzonder waar nationale keuzes botsen met de grenzen die het Unierecht aan de harmonisatie van het consumentenrecht stelt.
De kredietgever en de kredietbemiddelaar zijn in toepassing van het kredietrecht zoals ingeschreven in het WER (Art. VII.126, § 2, derde lid WER.) verplicht een standaardvragenlijst voor te leggen. Deze vereiste onderzoeksplicht geldt zowel in het consumentenkrediet als in het hypothecair krediet en dit voor elk kredietbedrag, hoe klein ook.De invulling van deze verplichting gebeurt door de voorlegging van een kredietaanvraagformulier of een informatieaanvraagformulier aan de consument en ook aan de persoonlijke zekerheidsstellers zoals de borgen. De verplichting tot het voorleggen van deze vragenlijst bestaat zowel in hoofde van de kredietgever als de kredietbemiddelaar.
De minimale inhoud van deze vragenlijst wordt bepaald door voormelde bepaling. Deze verplichte vragen zijn:
– het doel van het krediet;
– het inkomen van de consument(en) en de persoonlijke zekerheidssteller;
– de personen te hunnen laste;
– hun lopende financiële verbintenissen, met opgave van het aantal kredieten in omloop en de respectievelijke het openstaande bedragen.
– de bestanden die de kredietgever zal raadplegen om de kredietwaardigheid van de consument en/of de persoonlijke zekerheidssteller verder te onderzoeken waarbij minstens de Centrale voor Kredieten aan Particulieren dient opgenomen als verplicht te raadplegen bestand in die zin dat dit bestand moet geraadpleegd met mogelijkheid andere bestanden te raadplegen, in welk geval deze dan ook dienen vermeld op het aanvraagformulier.
Het voorleggen van deze standaardvragenlijst en het bekomen van antwoorden hierop is een resultaatsverbintenis. De kredietgever mag aanvullende informatie opvragen. Het verder onderzoek naar de solvabiliteit is een middelenverbintenis die verder in concreto dient onderzocht. De verdere middelenverbintenis is niet vrijblijvend, in die zin dat kredietgever en kredietbemiddelaar verder, gedegen in concreto de kredietwaardigheid dienen te onderzoeken, in die zin dat zulks niet betekent dat zij garant moeten staan voor de solvabiliteit, maar wel dat zij het de plicht hebben degelijke inspanningen te leveren om de haalbaarheid van het krediet in concreto te onderzoeken, zoals het van een normale, gemiddelde zorgvuldige kredietgever/kredietbemiddelaar mag verwacht worden, waarbij de bewijslast van de vervulling van deze verplichting op hen rust. Zo kan een vraag naar de verplichting tot betaling van alimentatie als een vraag van gezond (kredietgevers)verstand worden aanzien, zo ook een vraag tot voorlegging van een inkomstenfiche (waaruit onder meer de afwezigheid van uitvoering van loonoverdracht of loonbeslag kan blijken). Zie ook art. VII.126, § 4 WER: "De ontvangen informatie wordt naar behoren geverifieerd, inclusief door middel van raadpleging van onafhankelijk verifieerbare stukken, indien nodig".
De kredietgever en kredietbemiddelaar kunnen hierbij elke nuttige vraag stellen, behoudens vragen naar ras, de etnische afstamming, het seksueel gedrag, de gezondheid, de overtuigingen of activiteiten op politiek, levensbeschouwelijk of godsdienstig gebied of het lidmaatschap van een vakbond of van een ziekenfonds.
De kredietgever heeft een bewaringsplicht ten aanzien van deze ingewonnen inlichtingen op de daartoe bestemde formulieren, zodat deze documenten in een eventuele procedure kunnen aangewend.
De verificatieplicht van de kredietgever is een actieve vraagplicht die staat tegenover een passieve antwoordplicht van de consument die gehouden is weliswaar te goeder trouw op de vragen van de kredietgever te antwoorden.
artikel l VII.2, § 4, tweede lid WER stelt dat de kredietgever de bewijslast heeft dat hij heeft voldaan aan de verplichtingen inzake kredietwaardigheidsbeoordeling uitdrukkelijk dat de kredietgever moet bewijzen dat hij aan zijn verplichtingen uit artikel VII.126 WER heeft voldaan.
Een standaardbeding waarin de consument verklaart dat de kredietgever aan de door Richtlijn 2014/17/EU geharmoniseerde plichten heeft voldaan, volstaat niet langer als bewijs. Een dergelijke clausule zou hoogstens een begin van bewijs kunnen uitmaken, zoals aan te vullen met relevante bewijzen.
identiteitsverificatie
De verificatieplicht van de kredietgever en de kredietbemiddelaar, betreft niet alleen de solvabiliteit maar ook de verificatie van de identiteit van kredietgever en kredietbemiddelaar.
Wanneer de consument aanhaalt dat hij dit formulier niet heeft ontvangen geldt deze bewering als een vermoeden tot het bewijs van het tegendeel (iuris tantum) enkel weerlegbaar door de neerlegging van het ingevuld informatieformulier door de kredietgever.
informatieplicht kredietgever en kredietbelmiddelaar (Art. VII.126, § 3 WER.)
Het krediet- of informatieaanvraagformulier dient de consument ook informatie te verschaffen met betrekking tot
– het tarief van de door de kredietonderneming gevraagde kosten;
– een verwijzing naar de prospectus die van toepassing is en de aanduiding van de plaats waar die beschikbaar is;
– indien de rentetarieven afzonderlijk bij de prospectus gevoegd worden, de dagtekening van deze tarieven.
kredietwaardigheidsbeoordeling van de consument in het kader van de toekenning van een consumentenkrediet (richtlijnen FOD economie)
plicht van de kredietprofessional zich te informeren (richtlijnen FOD economie)
bewijslast vervulling van de verplichtingen van de kredietgever en bewijs van de invulling van zijn informatieplicht, adviesplicht en kredietbeoordeling (richtlijnen FOD economie en verwijzing HJEU)
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
