- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Vrijwaring tegen een overleden partij
Een beroep tegen een overleden partij moet tegen de erfgenamen worden gericht, tenzij de appellant niet kon weten dat de partij overleden was. Een vordering tot vrijwaring tegen iemand die al overleden was op het ogenblik van de vordering, is onontvankelijk. Een koper van een goed kan tegen een vroegere beslissing over dat goed slechts beperkt derdenverzet instellen: alleen bij fraude van zijn rechtsvoorganger of wanneer hij zijn recht al vóór die beslissing had verkregen.
Procespartij overleden vóór het beroep
Wanneer na een eindvonnis beroep wordt ingesteld, opent dat beroep een nieuwe instantie. Als de partij tegen wie men beroep wil instellen vóór het beroep is overleden, moet het beroep worden gericht tegen de erfgenamen of rechtsopvolgers onder algemene titel.
Het is dus niet voldoende om de oorspronkelijke, inmiddels overleden partij nog als geïntimeerde te vermelden. Een overleden persoon kan niet meer geldig in rechte worden betrokken.
De rechter onderzoekt de ontvankelijkheid op het ogenblik waarop het beroep wordt ingesteld. Een latere terugkeer van een gerechtsbrief met vermelding van overlijden verandert daar niets aan. Ook het feit dat een andere partij het overlijden eerder had kunnen melden, maakt het beroep niet automatisch ontvankelijk. De verantwoordelijkheid om het beroep tegen de juiste partijen te richten, rust in beginsel op de appellant.
Geen automatische taak voor de griffie
Het vonnis benadrukt dat de griffie niet de opdracht heeft om de adressen of de burgerlijke staat van partijen te controleren voor wie kennisgevingen moeten gebeuren. Dat is belangrijk in de praktijk. De partij die beroep instelt, kan zich dus niet zomaar beroepen op het feit dat de griffie de stukken heeft verzonden of dat een gerechtsbrief niet onmiddellijk als problematisch werd behandeld.
Vordering tot vrijwaring tegen een overleden partij
Een vordering tot vrijwaring tegen een partij die al overleden was op het ogenblik waarop de vordering werd ingesteld, is onontvankelijk.
De hervatting van geding kan enkel dienen voor een lopende procedure waarin een partij overlijdt nadat de vordering reeds geldig tegen haar was ingesteld. Zij kan niet worden gebruikt om een nieuwe vordering tegen een reeds overleden persoon te redden. Men moet dan onmiddellijk nagaan wie de erfgenamen zijn en of tegen hen een geldige vordering kan worden ingesteld.
Derdenverzet door een koper van een onroerend goed
Derdenverzet is een buitengewoon rechtsmiddel waarmee iemand die niet bij een procedure betrokken was, kan opkomen tegen een beslissing die zijn rechten schaadt. Maar voor rechtverkrijgenden onder bijzondere titel gelden strengere regels.
Een koper van een onroerend goed is een rechtverkrijgende onder bijzondere titel. Hij verkrijgt niet het volledige vermogen van zijn rechtsvoorganger, maar enkel een bepaald recht, namelijk het eigendomsrecht op een specifiek goed. Daardoor volgt hij zijn rechtsvoorganger op voor wat dat goed betreft.
Wanneer de rechtsvoorganger al partij was bij een procedure over dat goed, kan de latere koper in beginsel niet doen alsof hij volledig vreemd is aan die beslissing. Hij krijgt het goed zoals het juridisch belast of beïnvloed is door de eerdere beslissing.
Derdenverzet blijft voor hem slechts mogelijk in twee gevallen. Het eerste geval is fraude van zijn rechtsvoorganger in de eerdere procedure. Het tweede geval is dat de koper zijn recht al had verkregen vóór de beslissing waartegen hij opkomt.
Gezag van gewijsde en latere kopers
Het vonnis maakt ook duidelijk dat het gezag van gewijsde niet onbeperkt werkt. Een vroegere beslissing heeft gezag voor wat werkelijk werd beslist en voor de motieven die noodzakelijk met die beslissing verbonden zijn. Zij geldt niet voor kwesties die niet aan de rechter waren voorgelegd en die door de rechter niet werkelijk zijn beslecht.
Dat onderscheid is praktisch belangrijk. Een eerdere beslissing over een doorgang, eigendom of hinder kan dus bindend zijn voor bepaalde punten, maar niet automatisch voor alles wat later in verband met hetzelfde onroerend goed wordt gevorderd.
Wanneer bijvoorbeeld eerder is beslist dat een bepaalde strook grond eigendom is van een partij, kan dat in een latere procedure niet zomaar opnieuw worden betwist. Maar als de eerdere rechter zich niet heeft uitgesproken over de eigendom van een specifieke constructie boven of naast die strook, dan is die kwestie niet noodzakelijk door het eerdere vonnis beslecht.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
