Elfri.be – juridische kennisbank met rechtspraak, commentaar, modellen en praktische tips

Voor juristen, advocaten, ondernemingen en rechtszoekenden

Elfri.be
  • Home
  • Categorieën
    • Juridsiche bijdragen
    • Rechtspraak
    • Rechtsleer
    • Wetgeving
    • Modellen
    • Nuttige adressen
    • Nuttige linken
    • Publicaties
    • Veelgestelde Vragen
  • zoeken
  • Kantoor
    • Typo
  • Contact
    • Stel uw vraag aan een advocaat
    • Stel een vraag over de website
  • Kernwoorden
  • Abonnement
    • Abonnement op website nemen
    • Onmiddelijke toegang
    • Abonnement verlengen
    • Abonnement aanpassen
    • Historiek
    • Abonnement beheren of annuleren
  • Webshop
    • Lijst van beschikbare modellen
    • Winkelwagen
  • Mijn account
    • Inloggen
    • Paswoord vergeten
    • Mijn profiel
    • Mijn profiel aanpassen
    • UItloggen
    • Gebruikersnaam vergeten
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Categorieën
  4. Rechtspraak
  5. Rechterlijke bescherming als subsidiaire maatregel: wanneer het huwelijksvermogensrecht volstaat
Vorig artikel: Een gemeente moet opnieuw beslissen na vernietiging door de Raad van State, maar moet daarom nog geen convenant sluiten Vorige Volgende artikel: Annulatieverzekering bij ziekte: wanneer is het risico nog onzeker en komt verzekering (niet) tussen Volgende
Details
Categorie: Rechtspraak
Redactieteam-elfri.be By Redactieteam-elfri.be
Redactieteam-elfri.be
Laatst bijgewerkt: 30 september 2026
Hits: 6

Rechterlijke bescherming als subsidiaire maatregel: wanneer het huwelijksvermogensrecht volstaat

De rechter moet ten aanzien van een te beschermen gehuwde persoon eerst moet nagaan of het huwelijksvermogensrecht een voldoende oplossing biedt. Wanneer de andere echtgenoot het gemeenschappelijk vermogen correct beheert, wanneer de belangrijke activa in dat gemeenschappelijk vermogen zitten, en wanneer geen bijkomende machtigingen nodig zijn, kan bewindvoering te zwaar zijn.

Omgekeerd blijft bewindvoering aangewezen wanneer de bestaande huwelijksrechtelijke mechanismen onvoldoende zijn. Artikel 214 oud BW lost enkel de verblijfplaats op. Artikel 215 oud BW beschermt enkel de gezinswoning en het huisraad. Artikel 216 oud BW gaat over beroepsuitoefening.

Artikel 220 oud BW biedt een specifieke machtiging of indeplaatsstelling binnen het huwelijk. Artikel 1416 oud BW, thans artikel 2.3.30 BW, betreft enkel het gemeenschappelijk vermogen. Geen van deze bepalingen is op zichzelf een volwaardig alternatief voor bewindvoering in alle situaties.

In de hierna verder geciteerde rechtspraak wordt ook verwezen naar artikel 1416 BW omdat het werd uitgesproken vóór de volledige integratie van het relatievermogensrecht in het nieuw Burgerlijk Wetboek. De actuele bepaling is artikel 2.3.30 BW. De redenering van het vonnis blijft evenwel bruikbaar: wanneer de belangrijke vermogensbestanddelen tot het gemeenschappelijk vermogen behoren en de gezonde echtgenoot dit vermogen behoorlijk beheert, kan de rechterlijke bescherming overbodig zijn zolang geen bijkomende maatregel nodig is. Het vonnis blijft dus actueel in zijn beginsel, maar de wettelijke verwijzing moet worden vervangen door artikel 2.3.30 BW.

Artikel 2.3.30 BW bepaalt

“Het gemeenschappelijk vermogen wordt bestuurd door de ene of door de andere echtgenoot die de bestuursbevoegdheden alleen kan uitoefenen, onder verplichting voor ieder van hen om de bestuurshandelingen van de andere te eerbiedigen.”

Deze bepaling bevestigt het afzonderlijk bestuur van het gemeenschappelijk vermogen. Dat betekent dat één echtgenoot voor veel handelingen alleen kan optreden voor het gemeenschappelijk vermogen. Elfri vermeldt daarbij ook dat het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen gebeurt in het belang van het gezin en dat het bestuur de bevoegdheden van beheer, genot en beschikking omvat.

Voor de Brugse beslissing betekent dit dat de verwijzing naar artikel 1416 oud BW moet worden gelezen als een verwijzing naar artikel 2.3.30 BW. De kern blijft: de aanstelling van een bewindvoerder is niet noodzakelijk wanneer het gemeenschappelijk vermogen voldoende kan worden beheerd door de andere echtgenoot. Dat geldt alleen zolang dit beheer daadwerkelijk mogelijk, loyaal en voldoende beschermend is.

Het kan nuttig zijn ook artikel 2.3.29 BW te vermelden Het bestuur omvat immers alle bevoegdheden van beheer, genot en beschikking, en de echtgenoten moetenhet gemeenschappelijk vermogen besturen in het belang van het gezin.

Dat is van belang omdat artikel 2.3.30 BW niet als vrijbrief mag worden gelezen. Het bestuur door één echtgenoot moet gebeuren binnen de grenzen van het huwelijksvermogensrecht en in het belang van het gezin. Wanneer het beheer ontspoort, wanneer er belangenvermenging is of wanneer de kwetsbare echtgenoot niet meer voldoende beschermd is, kan een rechterlijke maatregel opnieuw nodig zijn.

De actualisering moet ook duidelijk maken dat artikel 2.3.30 BW niet betekent dat één echtgenoot altijd alles alleen kan doen. De vroegere artikelen 1417 tot 1422 oud BW werden volgens de concordantietabel overgenomen in de artikelen 2.3.31 tot 2.3.36 BW. Daarbij gaat het om uitzonderingen op het gewone afzonderlijk bestuur, zoals alleenbestuur, gezamenlijk bestuur, rechterlijke machtiging en sancties bij onbevoegde of bedrieglijke handelingen.

Verschil met bewindvoering

De artikelen 214, 215, 216 en 220 oud BW zijn maatregelen binnen het huwelijk. Zij vertrekken van de huwelijksband en van de wettelijke positie van de andere echtgenoot. Artikel 214 oud BW gaat over de echtelijke verblijfplaats. Artikel 215 oud BW beschermt de gezinswoning. Artikel 216 oud BW gaat over beroepsuitoefening. Artikel 220 oud BW laat machtiging of indeplaatsstelling door de familierechtbank toe wanneer één echtgenoot afwezig is, zijn wil niet kan uiten of wilsonbekwaam is.

Artikel 2.3.30 BW is geen beschermingsmaatregel in strikte zin, maar een bestuursregel binnen het wettelijk huwelijksvermogensstelsel. Het artikel laat toe dat het gemeenschappelijk vermogen door de ene of de andere echtgenoot wordt bestuurd, onder eerbiediging van de bestuurshandelingen van de andere echtgenoot.

Bewindvoering daarentegen is een gerechtelijke beschermingsmaatregel. Zij wordt georganiseerd wanneer een meerderjarige persoon wegens zijn gezondheidstoestand zijn belangen niet behoorlijk kan waarnemen. De vrederechter bepaalt dan of er bijstand of vertegenwoordiging nodig is, voor welke handelingen dit geldt, wie bewindvoerder wordt en onder welk toezicht de bewindvoerder optreedt. Het Brugse vonnis bevestigt net dat deze maatregel subsidiair is: zelfs wanneer de medische toestand ernstig is, moet de vrederechter nagaan of het huwelijksrecht of het huwelijksvermogensrecht reeds voldoende bescherming biedt.

De juiste actuele conclusie luidt dus niet meer dat artikel 1416 BW de oplossing biedt, maar dat artikel 2.3.30 BW thans de relevante bepaling is voor het afzonderlijk bestuur van het gemeenschappelijk vermogen. De artikelen 214, 215, 216 en 220 blijven bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek en moeten niet kunstmatig worden omgenummerd naar Boek 2 BW.

In de hierna weergegeven rechtspraak wordt gesteld dat bewindvoering niet nodig is wanneer de bestaande huwelijksrechtelijke en huwelijksvermogensrechtelijke mechanismen volstaan. Maar de draagwijdte van die mechanismen moet nauwkeurig worden afgebakend. Artikel 214 oud BW lost enkel de echtelijke verblijfplaats op. Artikel 215 oud BW beschermt de gezinswoning. Artikel 216 oud BW betreft de beroepsuitoefening. Artikel 220 oud BW laat machtiging of indeplaatsstelling door de familierechtbank toe.

Artikel 2.3.30 BW regelt het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen. Geen van deze bepalingen is op zichzelf een volledige bewindvoering. Bewindvoering blijft nodig wanneer deze mechanismen onvoldoende bescherming bieden, wanneer er belangrijke eigen goederen zijn, wanneer er belangenconflicten bestaan, wanneer de gezonde echtgenoot niet behoorlijk beheert, of wanneer persoonsgebonden bescherming vereist is.

Verschil tussen de maatregelen van artikelen 214-216, 220 en 1416 oud BW - 2.3.30 NBW enerzijds en bewindvoering anderzijds

Het eerste verschil is de grondslag. De artikelen 214 tot 216 en 220 oud BW behoren tot het huwelijksrecht en het primair huwelijksvermogensrecht. Artikel 1416 oud BW behoort tot het huwelijksvermogensrecht en betreft het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen. Bewindvoering daarentegen is een gerechtelijke beschermingsmaatregel voor een meerderjarige persoon die wegens zijn gezondheidstoestand zijn belangen niet behoorlijk kan waarnemen.

Het tweede verschil is de draagwijdte. Artikel 214 oud BW gaat over de echtelijke verblijfplaats. Artikel 215 oud BW beschermt de gezinswoning en het huisraad. Artikel 216 oud BW gaat over beroepsuitoefening. Artikel 220 oud BW laat machtiging of indeplaatsstelling toe tussen echtgenoten. Artikel 1416 oud BW, thans artikel 2.3.30 BW, gaat over het bestuur van het gemeenschappelijk vermogen. Bewindvoering kan daarentegen, afhankelijk van de rechterlijke beslissing, betrekking hebben op een ruim pakket van handelingen met betrekking tot goederen en/of persoon.

Het derde verschil is de bevoegde rechter en het toezicht. Bij bewindvoering is de vrederechter de centrale rechter die de maatregel organiseert, de bewindvoerder aanstelt en toezicht houdt. Bij artikel 220 oud BW gaat het om een machtiging of indeplaatsstelling door de familierechtbank. Bij artikel 1416 oud BW is er in beginsel zelfs geen voorafgaande rechterlijke aanstelling: de bestuursbevoegdheid vloeit rechtstreeks voort uit het huwelijksvermogensstelsel.

Het vierde verschil is de persoon die optreedt. Bij bewindvoering kan de bewindvoerder de echtgenoot zijn, maar dat hoeft niet. De rechter kiest een bewindvoerder in functie van het belang van de beschermde persoon. Bij de huwelijksrechtelijke mechanismen is het net de andere echtgenoot die optreedt op basis van zijn wettelijke positie binnen het huwelijk.

Het vijfde verschil is de controle. Een bewindvoerder kan onderworpen zijn aan machtigingen, verslaggeving en rechterlijk toezicht. Bij het gewone bestuur van het gemeenschappelijk vermogen bestaat die bewindvoerderscontrole niet op dezelfde manier. Dat is aanvaardbaar zolang het beheer loyaal en in het belang van het gezin gebeurt, maar het kan problematisch worden bij misbruik, belangenconflict, feitelijke scheiding, wanbeheer of betwisting.

Het zesde verschil is dat bewindvoering ook nuttig of noodzakelijk kan zijn wanneer er eigen goederen zijn die niet via het gemeenschappelijk vermogen kunnen worden beheerd, wanneer er persoonsgebonden beslissingen nodig zijn, wanneer de andere echtgenoot zelf niet geschikt is, wanneer er geen huwelijk is, wanneer het huwelijksvermogensstelsel geen oplossing biedt, of wanneer derden een duidelijke wettelijke vertegenwoordiger nodig hebben.

Wat leest u verder in deze bijdrage?

Wanneer één echtgenoot wilsonbekwaam wordt of steeds meer bijstand nodig heeft, rijst vaak de vraag of onmiddellijk een bewindvoerder moet worden aangesteld. Dat is niet altijd het geval. Wanneer er vertrouwen blijft in de andere echtgenoot, kan het huwelijksrecht soms voldoende oplossingen bieden. Maar dat hangt sterk af van de aard van het vermogen, de concrete handelingen die nodig zijn en de vraag of er al dan niet een zorgvolmacht bestaat.

In deze bijdrage wordt stap voor stap uitgelegd welke vragen eerst moeten worden gesteld. Gaat het om gemeenschappelijke goederen, onverdeelde goederen, eigen goederen, eigen gelden of eigen vastgoed van de te beschermen persoon? Is de gezinswoning betrokken? Moet er enkel gewoon beheer gebeuren of is er een verkoop, hypotheek, verdeling, nalatenschap of belangrijke financiële beslissing nodig? Kan de andere echtgenoot optreden op basis van het huwelijksvermogensrecht, of is een rechterlijke machtiging noodzakelijk?

De tekst verduidelijkt ook het belang van artikel 220 oud BW. Deze bepaling kan een nuttige tussenoplossing zijn wanneer één echtgenoot zijn wil niet meer kan uiten en de andere echtgenoot, in wie nog vertrouwen bestaat, bepaalde handelingen alleen moet kunnen stellen of in de plaats van de wilsonbekwame echtgenoot moet kunnen optreden. Tegelijk wordt uitgelegd waar artikel 220 oud BW niet volstaat, bijvoorbeeld bij complex eigen vermogen, onverdeelde goederen, eigen vastgoed, belangenconflicten of structureel beheer.

Verder komen de alternatieven aan bod: de zorgvolmacht, wanneer de persoon nog tijdig en geldig een lastgeving heeft gegeven, en de bewindvoering, wanneer een ruimere of meer gecontroleerde bescherming nodig is. Daarbij wordt duidelijk gemaakt dat bewindvoering niet altijd maximaal hoeft te zijn: zij kan ook beperkt worden tot bepaalde goederen, bepaalde handelingen of een tijdelijke noodsituatie.

De lezer mag praktische tips verwachten over de eerste stappen die moeten worden gezet: het nagaan van de wilsbekwaamheid, het opvragen van het huwelijkscontract, het opmaken van een vermogensinventaris, het onderscheiden van gemeenschappelijke en eigen goederen, het controleren van een eventuele zorgvolmacht, het inschatten of artikel 220 oud BW volstaat, en het bepalen wanneer toch een bewindvoerder moet worden gevraagd.

De bijdrage bevat ook een concreet stappenplan en een beslissingsboom. Die helpen om niet te snel naar een zware beschermingsmaatregel te grijpen, maar ook om niet te blijven steken in informele oplossingen wanneer een duidelijke rechterlijke machtiging of bewindvoering noodzakelijk is. De centrale vraag blijft telkens: welke maatregel beschermt de wilsonbekwame echtgenoot voldoende, zonder verder te gaan dan nodig?

  • Deze bijdrage wordt gerefereerd in:
    • Wet tot hervorming van de onbekwaamheidsstatuten
    • Model herroeping voorlopig bewind
    • Model bewind verzoekschrift tot aanstelling van een bewindvoerder
    • Model voorlopig bewind bijzondere machtiging
    • Model van Medisch attest te voegen bij de aanvraag tot de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder

Je hebt geen toegang tot de volledige inhoud en referenties van deze rechtspraak.

Een deel van de informatie bij deze uitspraak is voorbehouden aan onze leden. Naast de juridische bespreking en, waar beschikbaar, de integrale tekst van de beslissing, omvat dit onder meer de volledige identificatie en bronverwijzing van de behandelde rechtspraak.

Daarbij worden vermeld: het rechtscollege of de instantie, de plaats, de datum van de uitspraak, het rolnummer of andere identificatiegegevens, het behandelde onderwerp, de vindplaats, het tijdschrift, de uitgever, de jaargang, de pagina en andere nuttige publicatie- of referentiegegevens.

Deze gegevens zijn van belang voor verder nazicht en verificatie van de uitspraak en voor een correcte bronvermelding in conclusies, adviezen, juridische bijdragen en ander praktijkwerk.

Je kan deze bijdrage ook via een eenmalige toegang raadplegen zonder lid te worden door hier te klikken. Voor een beperkte meerprijs heb je reeds gedurende één maand toegang tot de volledige juridische databank.

 

Ontdek onze abonnementen

 

Ben je al lid, log in

 

Volgende inhoud op deze pagina is enkel beschikbaar voor leden:

 
  • In bibliotheek
  • Uitgever
  • Wetgeving
  • Instantie
  • Link rubrieken
  • Soort link
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Tijdschrift
  • Datum van uitspraak
  • Buiten de marge
  • Jaargang
  • In de marge
  • Nog dit
  • Noot
  • Pagina
  • Plaats
  • Volledige tekst

Kernwoorden

  • voorlopig bewind en huwelijk
  • machtiging vrederechter voorlopig bewind
  • Voorlopig bewind gehuwde personen
  • Zorgvolmacht
  • Zorgvolmacht of gerechtelijke beschermingsmaatregel
  • Zorgvolmacht vereist wilsbekwaamheid
  • 220 BW
  • zorgvolmacht of bewind
  • nadelen zorgvolmacht
  • zorgvolmacht gevaar
  • waarom zorgvolmacht
  • waarom geen zorgvolmacht
  • zorgvolmachten
  • ruzie door zorgvolmacht
  • zorgvolmacht en lastgeving
  • zorgvolmacht na bewind
  • zorgvolmacht vervangen door bewind
  • bewind subsidiair aan zorgvolmacht
Deze bijdrage wordt gerefereerd in
  • Wet tot hervorming van de onbekwaamheidsstatuten
  • Model herroeping voorlopig bewind
  • Model bewind verzoekschrift tot aanstelling van een bewindvoerder
  • Model voorlopig bewind bijzondere machtiging
  • Model van Medisch attest te voegen bij de aanvraag tot de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder

Stel uw vraag aan een advocaat

Meer dan een samenvatting

De volledige bijdrage bevat de nuances die in de praktijk tellen: voorwaarden, uitzonderingen, argumenten, toepassingen en aandachtspunten.

Bij rechtspraak, rechtsleer en wetgeving krijgt u bovendien de nuttige referenties en vindplaatsen voor verdere controle, bronvermelding en gebruik in uw dossier.

Volledige bijdrage raadplegen

Populair in rechtspraak

  • Antigoon-toets in fiscale zaken voorwaarden
    30.sep
  • Wanneer stuit een schadeaangifte de verjaring tegen de verzekeraar?
    30.sep
  • Zieke werknemer mist controlearts: werkgever mag niet altijd het volledige gewaarborgd loon inhouden
    30.sep
  • Grenzen van het gebruiksrecht van de huurder bij veranderingen aan het gehuurde goed schilderwerk in ongebruikelijke felle kleuren
    30.sep
  • Wanneer een testament zijn uitwerking kan verliezen door het wegvallen van de determinerende beweegreden
    30.sep

LINKS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Doorzoek elfri.be

Onmiddellijke toegang nodig?

Kies tussen onmiddellijke toegang, een volledig abonnement van één maand of een alternatieve abonnementsformule.

Koop onmiddelijke toegang

Neem 1 maand volledige toegang

Bekijk andere formules

Logo Elfri recolored

De meest gebruikte kernwoorden in elfri.be

  • onvermogen
  • collectieve schuldenregeling
  • WCO
  • insolventierecht
  • onvermogenden
  • wet continuïteit ondernemingen
  • Insolventie
  • faillissementenrecht
  • faillissement
  • rechten onvermogenden

RECHTS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Inhoud en format © Elfri De Neve 1984-2026. All rights reserved - alle rechten voorbehouden. Website onwikkeling en design arc3c.