- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Dringende en voorlopige maatregelen ondanks een hangende strafprocedure
De reden waarom voorlopige maatregelen mogelijk blijven wanneer dezelfde feiten aanleiding geven tot zowel een burgerlijke procedure als een strafprocedure, is eenvoudig: de rechtsbescherming zou anders te laat komen. Een strafprocedure kan lang duren. Indien partijen in afwachting daarvan volledig aan hun lot zouden worden overgelaten, kan de schade of hinder blijven toenemen. De burgerlijke rechter moet daarom in dringende gevallen kunnen optreden, zolang hij de strafrechter niet voor de voeten loopt.
De voorlopige maatregel mag dus niet neerkomen op een verkapte definitieve beslissing. Zij mag evenmin bepalen dat iemand strafbare feiten heeft gepleegd. Zij mag wel uitgaan van een feitelijke toestand die voldoende aannemelijk is om een tijdelijke tussenkomst te verantwoorden.
De rechter kan bijvoorbeeld vaststellen dat er tussen partijen ernstige spanningen bestaan, dat klachten over hinder of belaging worden geuit, dat de exploitatie van een handelszaak wordt verstoord of dat een voortzetting van het gedrag tot verdere schade kan leiden. Op basis daarvan kan hij een voorlopige maatregel opleggen, zonder zich uit te spreken over de uiteindelijke strafrechtelijke schuldvraag.
Besluit
Een hangende strafprocedure kan de burgerlijke procedure ten gronde schorsen, maar sluit dringende en voorlopige maatregelen niet uit. De burgerlijke rechter kan de toestand tussen partijen tijdelijk regelen wanneer dat nodig is om verdere hinder, schade of escalatie te vermijden.
Samenvatting van de casus in de hierna weergegeven rechtspraak
In de besproken zaak was er een conflict tussen handelaars in een winkelgalerij. Eén van de handelaars trad op in de galerij en sprak voorbijgangers en toeristen aan, onder meer verkleed als musketier, met de bedoeling hen naar zijn zaak te lokken voor foto’s. Andere handelaars klaagden dat dit gedrag hinder veroorzaakte, klanten afschrikte of afleidde, en de normale commerciële werking van de galerij verstoorde.
Tussen de partijen liepen ook strafklachten. Daarom werd gevraagd de burgerlijke procedure te schorsen in afwachting van de strafrechtelijke beoordeling. De rechter aanvaardde dat de behandeling ten gronde moest worden geschorst, maar oordeelde tegelijk dat dit niet belette om dringende en voorlopige maatregelen te nemen.
De rechter legde voorlopig een verbod op om klanten te ronselen in de galerij en in de onmiddellijke omgeving ervan, al dan niet verkleed als musketier. Daarnaast kregen beide partijen het bevel elkaar met rust te laten en zich te onthouden van pesterijen, belaging of afwending van cliënteel. Aan deze verplichtingen werd een dwangsom gekoppeld. Overtredingen konden enkel worden bewezen via objectieve vaststellingen, zoals een gerechtsdeurwaardersexploot, vaststellingen van verbalisanten of camerabeelden.
- Model tot vaststelling van een zaak conform art. 19 Gerechtelijk Wetboek voor een onderzoeksmaatregel, regeling tussengeschil of tijdelijke maatregel
- Model art. 19 Gerechtelijk Wetboek
- Model tot het bekomen van onderzoeksmaatregelen art. 19 Gerechtelijk Wetboek
- Model tot het nemen van bewarende maatregelen art. 19 Gerechtelijk Wetboek
- Model Verzoek tot regeling van een tussengeschil met betrekking tot een bevolen onderzoeksmaatregel
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
