- Details
- Categorie: Rechtspraak
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Bevoegdheidsbedingen in consumentencontracten: uitdrukkelijk verboden onder het WER
De onrechtmatigheid van een beding en de nietigverklaring ervan dient ambtshalve door de rechter opgeworpen.
In consumentenovereenkomsten is een beding dat de onderneming toelaat haar vordering in te leiden voor een andere rechter dan die welke door de gewone bevoegdheidsregels wordt aangewezen, vandaag niet langer alleen een punt van interpretatie of rechtspraak. Het Wetboek van economisch recht verbiedt zulke bedingen uitdrukkelijk. De juiste invalshoek is daarom niet meer de vroegere WMPC, maar Boek VI WER, en meer bepaald de regeling over onrechtmatige bedingen in consumentenovereenkomsten.
Het verbod is vandaag expliciet
Het huidige recht bevat een zwarte lijst van bedingen die in overeenkomsten tussen een onderneming en een consument in elk geval onrechtmatig zijn. Daaronder valt ook het beding dat de onderneming toelaat haar eis voor een andere rechter te brengen dan die bedoeld in artikel 624, 1°, 2° en 4° Ger.W. In die zin is de rechtsregel vandaag duidelijker verankerd dan onder het vroegere wettelijke kader. De vraag is dus niet meer alleen of zo’n clausule een kennelijk onevenwicht veroorzaakt, maar ook dat zij in beginsel uitdrukkelijk verboden is binnen het stelsel van artikel VI.83 WER.
De beschermingsgedachte blijft dezelfde
Achter dat verbod zit dezelfde bekommernis als vroeger: vermijden dat een consument door algemene voorwaarden wordt gedwongen zich te verdedigen voor een verre of onaangepaste rechter. Een bevoegdheidsbeding dat systematisch verwijst naar de zetel van de onderneming kan de consument ontmoedigen om te verschijnen of verweer te voeren. De afstand, de kosten, de tijdsinvestering en de praktische hinder kunnen maken dat hij zijn rechten niet daadwerkelijk uitoefent. Precies dat risico verklaart waarom de wetgever deze clausules uitdrukkelijk viseert.
Ook de combinatie met andere clausules blijft relevant
Dat het bevoegdheidsbeding uitdrukkelijk verboden is, betekent niet dat andere verwante clausules zonder belang zijn. Ook combinaties van bedingen kunnen nog steeds beoordeeld worden in het licht van het onevenwicht dat zij veroorzaken. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer een onderneming naast een bevoegdheidsbeding ook een clausule opneemt die betalingen of verbintenissen systematisch aan haar eigen zetel lokaliseert. De historische rechtspraak over zulke combinaties blijft daarom nuttig als illustratie, al moet de juridische duiding vandaag worden afgestemd op het WER.
zie ook: www.elfri.be - Rechtspraak - Bevoegdheidsbeding en consumentLINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
