- Details
- Categorie: Rechtsleer
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Sportclubs en bedrijfsvoorheffing: een wankel evenwicht
Sinds 1 januari 2008 genieten professionele sportclubs in België van een aanzienlijk fiscaal voordeel. Artikel 275/6 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bepaalt dat sportclubs de volledige bedrijfsvoorheffing moeten inhouden op het loon van betaalde sportbeoefenaars, maar dat zij 80% daarvan niet hoeven door te storten aan de Schatkist. Voor sportbeoefenaars jonger dan 26 jaar geldt deze regeling zonder verdere voorwaarden. Voor oudere sportbeoefenaars moet de helft van het niet-doorgestorte bedrag worden besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars. Dit fiscaal voordeel roept vragen op over de verenigbaarheid met het Europese mededingingsrecht.
Juridische basis en evolutie
Voor buitenlandse sportbeoefenaars in België werd al sinds de wet van 28 juli 1992 een aparte fiscale behandeling gehanteerd. Door onduidelijkheid over de draagwijdte van deze regeling werd in 2002 een circulaire ingevoerd die de bevrijdende bedrijfsvoorheffing van 18% uitbreidde naar buitenlandse voetballers en basketballers. Later volgde een uitbreiding naar buitenlandse volleybalspelers, wat leidde tot een fiscaal onderscheid tussen Belgische en buitenlandse sportbeoefenaars. Dit onderscheid werd aangepakt met nieuwe wetgeving in 2007, waarbij het systeem van vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing werd ingevoerd. Dit systeem werd in 2011 aangepast, omdat de bestedingsverplichting niet effectief werd nageleefd.
Staatssteun en Europese regelgeving
Volgens de Europese Commissie moeten lidstaten steunmaatregelen die als staatssteun kunnen worden beschouwd, aanmelden bij de Commissie. Staatssteun wordt gedefinieerd als een door de staat gefinancierd voordeel dat de concurrentie vervalst en het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloedt. De Belgische maatregel werd echter nooit officieel aangemeld, wat opmerkelijk is gezien vergelijkbare steunmaatregelen voor onderzoekers en nacht- en ploegenarbeid wel werden gemeld.
Economisch voordeel en selectiviteit
Sportclubs met professionele sportbeoefenaars worden economisch gezien als ondernemingen. De vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing heeft een significante impact op hun financiële situatie en zorgt voor een surplus van 10 tot 20% aan opbrengsten. Dit wijst erop dat de maatregel een economisch voordeel biedt dat niet beschikbaar is voor andere sectoren.
Selectiviteit is een cruciaal criterium bij de beoordeling van staatssteun. Algemene maatregelen gelden voor alle ondernemingen, terwijl selectieve maatregelen enkel bepaalde bedrijven bevoordelen. In het geval van de vrijstelling voor sportclubs is er sprake van een sectorale maatregel, aangezien alleen professionele sportclubs met betaalde sportbeoefenaars van de regeling kunnen profiteren. Dit wijkt af van de algemene regeling inzake bedrijfsvoorheffing, wat kan leiden tot een oneerlijke concurrentiepositie binnen de Europese markt.
Conclusie
De Belgische regeling inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor sportclubs biedt een aanzienlijk fiscaal voordeel, maar roept ernstige vragen op over de conformiteit met het Europese staatssteunrecht. De selectieve toepassing en het economische voordeel voor sportclubs maken de regeling vatbaar voor juridisch onderzoek door de Europese Commissie. Het blijft afwachten of deze maatregel in de toekomst wordt aangepast om te voldoen aan de Europese regelgeving.
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
