In haar bijdrage “De strafbaarheid van hulp bij zelfdodingDe strafbaarheid van hulp bij zelfdodingdoor een niet-arts” onderzoekt E. Delbeke of, en in welke mate, een arts verplicht is de patiënt bij te staan die vraagt om hulp bij zelfdoding. Delbeke vertrekt daarbij van de fundamentele zorgrelatie tussen arts en patiënt, waarin de bijstandsplicht van de arts niet beperkt is tot curatieve handelingen, maar ook geldt in de context van het stervensproces. Zij benadrukt dat die plicht ook van toepassing is in situaties waarin het verzoek van de patiënt buiten de contouren van de euthanasiewet valt, en dus juridisch niet tot een actieve levensbeëindiging kan leiden.
Delbeke maakt een belangrijk onderscheid tussen daadwerkelijke hulp bij zelfdoding, wat strafrechtelijk verboden is, en de bijstandsplicht in brede zin: luisteren, informeren, begeleiden en eventueel doorverwijzen. Deze laatste verplichting wordt door haar beschouwd als een autonome, professionele en juridische verplichting die voortvloeit uit de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Zelfs wanneer de arts gewetensbezwaren heeft, ontslaat dat hem niet van de minimale verplichting om het gesprek aan te gaan en alternatieven aan te reiken.
Centraal in haar analyse staat het idee dat een patiënt die om hulp bij zelfdoding vraagt, zich vaak in een uitzichtloze of psychisch belaste situatie bevindt en nood heeft aan betrokkenheid, niet aan afwijzing. Een categorische weigering zonder enige bijstand of uitleg kan volgens Delbeke leiden tot rechtsverwerking van de zorgplicht, en in sommige gevallen zelfs tot aansprakelijkheid.
Delbeke pleit er niet voor om hulp bij zelfdoding te legaliseren buiten het kader van de euthanasiewet, maar vraagt aandacht voor de menselijke en professionele verantwoordelijkheid van de arts binnen de bestaande juridische grenzen. De bijstandsplicht moet volgens haar dan ook worden opgevat als een plicht tot nabijheid en zorgzame begeleiding, eerder dan als een opdracht tot actieve hulp.
Haar analyse sluit aan bij de bredere ontwikkeling in het aansprakelijkheidsrecht, waarin de zorgrelatie en de bescherming van de kwetsbare patiënt centraal staan. Door het benadrukken van de zorgcontinuïteit en de betekenisvolle dialoog tussen arts en patiënt, levert Delbeke een waardevolle bijdrage aan het debat over medische verantwoordelijkheid in situaties van existentiële nood.
