- Details
- Categorie: Rechtsleer
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
2-in-1-vordering in internationale afstammingszaken
De 2-in-1-vordering in afstammingszaken met internationale elementen resulteert in een aantal vraagstuken met uiteenlopende benaderingen in de rechtspraak in zake de toepasselijke wetgeving.
De meerderheidsrechtspraak kijkt naar de nationale wet van de juridische vader (degene wiens vaderschap wordt betwist) en naar de nationale wet van de biologische vader (de nationale wet van degene wiens vaderschap moet worden).
Zie bv. Brussel 4 mei 2010, Act.dr.fam. 2010, 101 en T.Vreemd. 2011, 17:
“logischerwijze is eerst de betwisting van het bestaande vaderschap van de echtgenoot aan de orde is, en pas in een tweede stap in de analyse de vestiging van het vaderschap van de biologische vader, ook al kan zulks overeenkomstig de bepaling van Belgisch recht – namelijk artikel 318, § 5 [oud] BW – in één enkele procedure gebeuren en hoeven daarvoor niet achtereenvolgens twee procedures te worden ingeleid”.
Maar er is ook minderheidsrechtspraak die stelt dat slechts één wet dient te worden toegepast, met name de nationale wet van de man die het vaderschap opeist óf de nationale wet van de vader wiens vaderschap wordt betwist.
Zo onderscheidde de rechtbank van eerste aanleg te Charleroi eerst de betwisting en de vaststelling en paste hierna de nationale wet toe van de man wiens vaderschap werd betwist.
(zie Rb. Charleroi 30 september 2010, AR 09/3985/A, onuitg., besproken in J. VERHELLEN, Het Belgisch Wetboek IPR in familiezaken. Wetgevende doelstellingen getoetst aan de praktijk, Brugge, die Keure, 2012, 128).
Zo beschouwde de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de twee vorderingen als één samenhangende vordering met als doel het vaderschap van de vermeende biologische vader te laten vaststellen, waarbij de rechter dan enkel het recht van de vermeende biologische vader toepaste (Rb. Brussel 23 december 2010, Act.dr.fam. 2012, 145 (“L’action introduite a donc un double objet mais a pour but de permettre à M. T.S. d’établir sa paternité à l’égard de l’enfant. Il convient dès lors en principe d’appliquer le droit guinéen à ce chef de demande.”). Zie ook Rb. Bergen (1e kamer) 7 maart 2012, Act.dr.fam. 2012, 143, noot N. MASSAGER .
In een noot in het Tijdschrift van Familierecht van Jinske VERHELLEN onder Familierechtbank Oost-Vlaanderen (afd.Dendermonde) 1 februari 2019, TFam 2022, 228 en Familierechtbank Oost-Vlaanderen(afd. Dendermonde) 17 januari 2019, TFam 2022, 227, stelt deze auteur dat de toepassing van slechts één van beide nationale wetten volgens haar niet in de lijn van het WIPR zelf. Artikel 62 WIPR splitst duidelijk de vaststelling en de betwisting van een afstammingsband op. Wat de betwisting en de vaststelling van het vaderschap betreft, zijn dus de respectieve nationale wetten van de juridische vader en de beweerde biologische vader van toepassing. Of dit nu in een 2-in-1-vordering is of niet. Het gegeven dat het Belgische recht pas sinds 2007 – en dus na de inwerkingtreding van het WIPR – de 2-in-1-vordering kent, verandert niets aan deze verwijzingsregel In geval van een 2-in-1-vordering kan artikel 62 WIPR dus tot de toepassing van twee verschillende wetten leiden, met uiteraard altijd de mogelijkheid om buitenlands recht opzij te schuiven wanneer het de internationale openbare orde schendt (art. 21 WIPR).
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
