Artikel VII.65 van het Wetboek van Economisch Recht bevat een aantal absolute verboden inzake reclame voor consumentenkrediet. Het doel van deze bepaling is het voorkomen van overmatige schuldenlast bij consumenten door het verbieden van bepaalde reclameboodschappen die als misleidend of sociaal schadelijk worden beschouwd. Deze verboden gelden voor elke vorm van reclame, ongeacht het gebruikte medium, zoals drukwerk, digitale communicatie, radio, televisie of mobiele applicaties.
Een eerste categorie van verboden reclame betreft boodschappen die specifiek gericht zijn op kwetsbare consumenten. Reclame mag de consument die zijn schulden niet kan dragen niet aanzetten tot het aangaan van een kredietovereenkomst. Het aanprijzen van krediet is op zich niet verboden, maar het wordt wel verboden wanneer de reclame bewust wordt gericht op personen in financiële moeilijkheden. Dit kan blijken uit de inhoud van de reclame of uit de doelgroep waarop zij wordt afgestemd. Ook reclame die het gemak of de snelheid waarmee een krediet kan worden verkregen benadrukt, is verboden. De wetgever wil hiermee vermijden dat de indruk ontstaat dat een krediet kan worden afgesloten zonder een ernstig en zorgvuldig kredietwaardigheidsonderzoek. Eveneens verboden is reclame die aanzet tot de hergroepering of centralisatie van lopende kredieten, of die de indruk wekt dat bestaande kredietovereenkomsten geen of slechts een ondergeschikte rol spelen bij de beoordeling van een nieuwe kredietaanvraag. Dit verbod geldt zelfs wanneer een hergroepering objectief gezien voordelig zou kunnen zijn voor de consument.
Naast deze eerste categorie bevat artikel VII.65 nog een reeks andere verboden reclameboodschappen. Reclame mag niet verwijzen naar een vergunning, registratie of inschrijving als kredietgever of kredietbemiddelaar, aangezien deze geen bijkomende garantie voor de consument inhoudt maar een wettelijke vereiste is. Ook is het verboden om door een verwijzing naar het maximale jaarlijkse kostenpercentage of naar de wettelijkheid van de toegepaste kostenpercentages de indruk te wekken dat uitsluitend deze tarieven wettelijk zijn toegestaan. Indien in reclame wordt verwezen naar wettelijk toegestane maxima, moet dit op een ondubbelzinnige, leesbare en duidelijke manier gebeuren, met een nauwkeurige vermelding van het wettelijke maximum.
Verder is reclame verboden die stelt of suggereert dat een kredietovereenkomst kan worden gesloten zonder informatie te verzamelen over de financiële toestand van de consument. Dit zou immers indruisen tegen de wettelijke verplichting voor kredietgevers en kredietbemiddelaars om een kredietwaardigheidsonderzoek uit te voeren. Ook mag in reclame geen andere identiteit, adres of hoedanigheid worden vermeld dan deze die door de adverteerder zijn meegedeeld in het kader van zijn vergunning, registratie of inschrijving. Daarnaast mogen kredietgevers en kredietbemiddelaars in reclame uitsluitend de wettelijke benamingen voor kredietsoorten gebruiken en geen alternatieve commerciële benamingen hanteren die de vergelijkbaarheid voor de consument zouden ondermijnen.
Reclame die voordeeltarieven vermeldt zonder de bijzondere of beperkende voorwaarden waaronder deze tarieven worden toegekend, is eveneens verboden. Evenmin mag reclame met woorden, tekens of symbolen suggereren dat het kredietbedrag in contanten of baar geld ter beschikking wordt gesteld, aangezien het kredietbedrag in beginsel via overschrijving moet worden uitgekeerd. Het gebruik van de vermelding “gratis krediet” of gelijkaardige bewoordingen is verboden, tenzij dit gebeurt via een correcte vermelding van het jaarlijkse kostenpercentage, bijvoorbeeld door het cijfer nul te gebruiken. Tot slot is elke reclame verboden die een handeling bevordert die kan worden beschouwd als een niet-naleving of inbreuk op boek VII van het Wetboek van Economisch Recht of de uitvoeringsbesluiten ervan.
Een kredietgever of kredietbemiddelaar die deze reclamebepalingen te kwader trouw overtreedt, stelt zich bloot aan een strafrechtelijke sanctie van niveau drie. Dit houdt een geldboete in van 26 tot 25.000 euro, te vermenigvuldigen met de toepasselijke opdeciemen.
Het begrip reclame in Boek VII WER
Voor de toepassing van Boek VII van het Wetboek van Economisch Recht wordt het begrip reclame niet autonoom ingevuld, maar rechtstreeks gekoppeld aan de algemene definitie die geldt voor marktpraktijken.
Art. I.9, 43° WER luidt als volgt:
“reclame: iedere mededeling als bedoeld in artikel I.8, 13°.”
Artikel I.8, 13° omschrijft reclame als iedere mededeling van een onderneming die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop van producten te bevorderen, ongeacht de plaats of de aangewende communicatiemiddelen.
Deze techniek van verwijzing heeft tot gevolg dat het reclamebegrip binnen Boek VII dezelfde ruime draagwijdte heeft als in het algemeen marktpraktijkenrecht. Boek VI fungeert daarbij als algemene regeling, terwijl Boek VII slechts afwijkingen bevat waar het specifiek gereglementeerde kredieten betreft.
Het begrip reclame is bijzonder ruim. Niet vereist is dat de mededeling uitsluitend of rechtstreeks tot consumenten is gericht. Zodra een boodschap, ongeacht haar vorm of doelgroep, de verkoop van goederen of diensten beoogt te bevorderen, is sprake van reclame. Ook de omvang of inhoudelijke densiteit van de mededeling is irrelevant: elke vorm van communicatie volstaat, hoe beperkt of summier ook.
Evenmin is vereist dat de mededeling aan een ruim publiek wordt verspreid. Ook individuele communicatie kan als reclame worden aangemerkt. Een persoonlijke brief, een mondelinge toelichting, een kenplaatje of een gerichte boodschap aan één enkele persoon kan onder het reclamebegrip vallen, voor zover zij een promotioneel doel nastreeft.
In de praktijk wordt een zeer breed scala aan communicatievormen als reclame beschouwd, waaronder mondelinge verklaringen, redactionele teksten, vermeldingen op producten of verpakkingen, telefonische prospectie, radio- en televisie-uitzendingen, brochures, catalogi, affiches, uithangborden, websites en digitale elementen zoals domeinnamen en metadata. Ook mededelingen die in hoofdzaak een imagobevorderend effect hebben, worden als reclame beschouwd wanneer zij onrechtstreeks bijdragen tot de bevordering van de verkoop.
In beginsel geldt deze definitie ongeacht de aard van de goederen of diensten waarop de reclame betrekking heeft. Slechts wanneer de communicatie betrekking heeft op financieringen die buiten het toepassingsgebied van Boek VII vallen, zijn de specifieke reclameregels van dat boek niet van toepassing. In dat geval blijven wel de algemene regels inzake reclame gelden wanneer de boodschap tot consumenten is gericht.
Ten slotte wordt een onderscheid gemaakt tussen reclame die kan leiden tot de toekenning van consumentenkrediet en zuiver algemene naams- of imagoreclame. Wanneer de mededeling enkel algemene bekendheid nastreeft en redelijkerwijze niet kan resulteren in een concrete kredietverlening, zijn de specifieke informatieverplichtingen voor kredietreclame niet van toepassing.
De wettelijke bepalingen inzake reclame voor kredieten werden opgenomen onder
Afdeling 1. [1 Kredietpromotie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Onderafdeling 1. [1 Reclame.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.64.[1 § 1. Alle reclame waarin een rentevoet of cijfers betreffende de kosten van het krediet voor de consument worden vermeld, bevat op een duidelijke, beknopte, opvallende en desgevallend hoorbare wijze [2 ...]2 de volgende standaardinformatie :
1° de debetrentevoet, vast en/of veranderlijk, alsook nadere informatie over eventuele kosten die in de totale kosten van het krediet voor de consument zijn opgenomen;
2° het kredietbedrag;
3° het jaarlijkse kostenpercentage;
4° de duur van de kredietovereenkomst;
5° in geval van een krediet in de vorm van uitstel van betaling voor een bepaald goed of een bepaalde dienst, de contante prijs en het bedrag van eventuele voorschotten, en
6° in voorkomend geval, het totale door de consument te betalen bedrag [2 en de termijnbedragen]2.
[2 De Koning kan voor iedere reclame, wat ook de gebruikte drager is, de grootte van de lettertekens bepalen]2 inzake informatie met betrekking tot de aard van de verrichting, haar duur, de vaste of veranderlijke aard van de debetrentevoet, het bedrag van de aflossingen, het jaarlijkse kostenpercentage, en, indien het om een promotiepercentage gaat, de periode gedurende de welke dit percentage wordt toegepast.
Het kredietbedrag is gebaseerd op het gemiddelde kredietbedrag dat, naargelang het soort van kredietovereenkomst waarvoor reclame wordt gemaakt, representatief is voor de aanbiedingen van de kredietgever of de kredietbemiddelaar. Indien er meerdere soorten van kredietovereenkomsten tegelijkertijd worden aangeboden dient er voor iedere soort kredietovereenkomst een afzonderlijk representatief voorbeeld te worden gegeven.
[2 De in het eerste lid bedoelde informatie wordt verduidelijkt aan de hand van een representatief voorbeeld en dat voorbeeld wordt steeds gevolgd. De Koning stelt criteria vast voor het bepalen van dat voorbeeld.]2
§ 2. Elke reclame met betrekking tot consumentenkrediet vermeldt de volgende boodschap :
"Let op, geld lenen kost ook geld.".
De Koning bepaalt desgevallend, wat ook de gebruikte drager is, de grootte van de lettertekens van deze boodschap.
§ 3. Indien in verband met de kredietovereenkomst het sluiten van een contract voor een nevendienst, onder meer een verzekering, verplicht is om het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, te verkrijgen, en de kosten van die dienst niet vooraf bepaald kunnen worden, moet de verplichting tot het sluiten van die overeenkomst ook op een duidelijke, beknopte, opvallende en hoorbare wijze, tezamen met het jaarlijkse kostenpercentage worden vermeld.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2016-04-22/01, art. 4, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
Art. VII.65. [1 § 1. Verboden is elke reclame voor een kredietovereenkomst die specifiek gericht is op :
1° het aanzetten van de consument, die het hoofd niet kan bieden aan zijn schulden, tot het opnemen van krediet;
2° het benadrukken van het gemak of de snelheid waarmee het krediet kan worden verkregen;
3° het aansporen tot hergroepering of centralisatie van lopende kredieten of die tot uiting brengt dat lopende kredietovereenkomsten bij de beoordeling van een kredietaanvraag geen of een ondergeschikte rol spelen.
§ 2. Is eveneens verboden elke reclame voor een kredietovereenkomst die :
1° verwijst naar een vergunning, een registratie of een inschrijving als kredietgever of kredietbemiddelaar;
2° door verwijzing naar het maximale jaarlijkse kostenpercentage of naar de wettelijkheid van de toegepaste kostenpercentages de indruk wekt dat deze de enige zijn die kunnen worden toegepast.
Iedere verwijzing naar het wettelijk toegestane maximale jaarlijkse kostenpercentage en naar de wettelijk toegestane maximale debetrentevoet moet ondubbelzinnig, leesbaar en goed zichtbaar of, in voorkomend geval, hoorbaar worden voorgesteld en moet het wettelijk toegestane maximale jaarlijkse kostenpercentage nauwkeurig aanduiden;
3° aanduidt dat een kredietovereenkomst kan worden gesloten zonder informatie die zou toelaten de financiële toestand van de consument na te gaan;
4° een andere identiteit, adres of hoedanigheid vermeldt dan door de adverteerder opgegeven in het raam van zijn vergunning, registratie of inschrijving als kredietgever of kredietbemiddelaar;
5° om een kredietsoort aan te duiden enkel een benaming hanteert die verschilt van degene die door dit boek worden aangewend;
6° voordeeltarieven vermeldt zonder opgave van de bijzondere of beperkende voorwaarden waaraan de toekenning van deze tarieven is onderworpen;
7° aanduidt met bewoordingen, tekenen of symbolen dat het kredietbedrag ter beschikking wordt gesteld in baar geld of contant;
8° de vermelding "gratis krediet "of een gelijkaardige vermelding, anders dan de verwijzing naar het jaarlijkse kostenpercentage, bevat;
9° een daad in de hand werkt die beschouwd moet worden als een niet-naleving van of een inbreuk op dit boek of zijn besluiten]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.66.
<Opgeheven bij W 2016-04-22/01, art. 5, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
Onderafdeling 2. - [1 Leuren]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.67.[1 Het leuren voor kredietovereenkomsten is verboden. Wordt als leuren beschouwd :
1° het bezoek van de kredietgever of de kredietbemiddelaar, aan de woonplaats, de verblijfplaats of de werkplaats van de consument, alsook aan de woonplaats of de verblijfplaats van een andere consument, ter gelegenheid waarvan een kredietaanbod wordt geformuleerd of een kredietaanvraagformulier of een kredietovereenkomst ter ondertekening aan de consument wordt voorgelegd, behalve wanneer de kredietgever of de kredietbemiddelaar zich aldaar heeft begeven op uitdrukkelijk en voorafgaandelijk verzoek van de consument. Het bewijs van dat verzoek kan alleen geleverd worden door een van het kredietaanbod, het kredietaanvraagformulier of de kredietovereenkomst onderscheiden [2 duurzame gegevensdrager]2, opgesteld voor het bezoek;
2° het benaderen van de consument door de kredietgever of de kredietbemiddelaar om hem een bezoek voor te stellen;
3° het versturen naar de consument, aan de hand van om het even welk communicatiemiddel, van een kredietaanbod, een kredietmiddel of een betaalinstrument, behalve indien de kredietgever dit heeft overgemaakt op uitdrukkelijk en voorafgaandelijk verzoek van de consument tenzij dit versturen gebeurde om te voldoen aan zijn verplichtingen krachtens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2 van titel 3 van boek VI. Het bewijs van dit verzoek kan alleen geleverd worden door een van het kredietaanbod of de kredietovereenkomst onderscheiden [2 duurzame gegevensdrager]2, opgesteld voor het versturen van het betaalinstrument, het kredietmiddel of het kredietaanbod;
4° het organiseren van verkooppunten of het benaderen van de consument met het oog op het hem aanbieden van een krediet op de plaatsen bedoeld in artikel 4, § 1, eerste en tweede lid, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;
5° het benaderen van een consument ter gelegenheid van een uitstap georganiseerd door of voor rekening van een verkoper of een dienstverlener, of van een kredietgever of een kredietbemiddelaar, met als doel de consument aan te zetten goederen of diensten te verwerven, tenzij dit doel duidelijk en vooraf werd kenbaar gemaakt aan de consument als zijnde het hoofddoel van de beoogde uitstap. Het bewijs van deze kennisgeving rust op de persoon die de uitstap organiseert.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2018-09-20/14, art. 12, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
Onderafdeling 3. - [1 Promotieaanbiedingen]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.68. [1 Het is de verkoper van goederen of diensten verboden om prijsverminderingen te koppelen aan het opnemen van krediet, het gebruik van een kredietopening of van een hiermee verbonden kaart of betaalinstrument.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Afdeling 2. - [1 Totstandkoming van de kredietovereenkomst.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Onderafdeling 1. - [1 Inlichtingen te vragen door de kredietgever en de kredietbemiddelaar.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.69. [1 § 1. In het raam van het beoordelen van de kredietwaardigheid vragen de kredietgever en de kredietbemiddelaar aan de consument die om een kredietovereenkomst verzoekt en, in voorkomend geval, aan de steller van een persoonlijke zekerheid, de juiste en volledige informatie die de kredietgever noodzakelijk acht om hun financiële toestand en hun terugbetalingsmogelijkheden te beoordelen. De consument en de steller van een zekerheid zijn ertoe gehouden daarop juist en volledig te antwoorden.
In geen enkel geval mag de gevraagde informatie betrekking hebben op het ras, de etnische afstamming, het seksueel gedrag, de gezondheid, de overtuigingen of activiteiten op politiek, levensbeschouwelijk of godsdienstig gebied of het lidmaatschap van een vakbond of van een ziekenfonds.
§ 2. De kredietgever of desgevallend de kredietbemiddelaar legt respectievelijk aan de consument en aan de persoonlijke zekerheidssteller een kredietaanvraagformulier of, desgevallend, een informatieaanvraagformulier voor onder de vorm van een vragenlijst met een beschrijving van alle informatie gevraagd door de kredietgever en/of de kredietbemiddelaar overeenkomstig § 1, eerste lid. Met het oog op de bewijslevering van de verbintenissen die voortvloeien uit dit artikel is de kredietgever gehouden dit formulier te bewaren zolang het opgenomen krediet niet werd terugbetaald. De informatie verstrekt door de consument of door de persoonlijke zekerheidssteller mag slechts worden meegedeeld aan en uitsluitend verwerkt worden door de personen bedoeld in artikel VII. 119, § 1, en, desgevallend, door de kredietbemiddelaar.
De vragenlijst heeft minstens betrekking op het doel van het krediet, het inkomen, de personen ten laste, de lopende financiële verbintenissen waaronder het openstaand bedrag en het aantal kredieten in omloop. De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, deze lijst aanvullen ingeval het kredietbedrag 3.000 euro overschrijdt.
De vragenlijst vermeldt de bestanden die, overeenkomstig artikel VII. 79, zullen worden geraadpleegd.
Onverminderd § 1, is het eerste lid niet van toepassing in geval het kredietbedrag 500 euro niet overschrijdt.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Onderafdeling 2. - [1 Precontractuele informatie]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.70.[1 § 1. Te gelegener tijd, voordat de consument door een kredietovereenkomst of een kredietaanbod wordt gebonden, verstrekt de kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaar op basis van de door de kredietgever aangeboden kredietvoorwaarden en de eventueel door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en verstrekte informatie, de consument de gepersonaliseerde informatie noodzakelijk om verschillende aanbiedingen te kunnen vergelijken en zo een geïnformeerd besluit te kunnen nemen over het sluiten van een kredietovereenkomst. Die informatie wordt, op een [3 duurzame gegevensdrager]3 verstrekt met behulp van het formulier "Europese standaardinformatie inzake consumentenkrediet (SECCI)" in bijlage 1 bij dit boek. De kredietgever en, desgevallend, de kredietbemiddelaar worden inzake consumentenkrediet geacht te hebben voldaan aan de voorschriften van deze paragraaf en van artikel VI. 55, § 1, van het Wetboek van economisch recht, wanneer zij de SECCI hebben verstrekt.
Deze informatie heeft betrekking op :
1° het soort krediet;
2° de identiteit, met inbegrip van het ondernemingsnummer, van de kredietgever en desgevallend van de betrokken kredietbemiddelaar evenals hun geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen met de consument;
3° het kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming;
4° de duur van de kredietovereenkomst;
5° in geval van een krediet in de vorm van uitstel van betaling voor een goed of een dienst en gelieerde kredietovereenkomsten, het goed of de dienst en de contante prijs daarvan;
6° de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen en, voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet en de termijnen, de voorwaarden en de procedure voor wijziging daarvan. Indien naargelang van de verschillende omstandigheden verschillende debetrentevoeten worden toegepast, wordt deze informatie met betrekking tot alle toepasselijke debetrentevoeten verstrekt;
7° het jaarlijkse kostenpercentage en het totale door de consument te betalen bedrag, aan de hand van een representatief voorbeeld en met vermelding van alle voor de berekening van dit percentage gebruikte veronderstellingen. Indien de consument de kredietgever in kennis heeft gesteld van één of meer elementen van het krediet waarnaar zijn voorkeur uitgaat, zoals de duur van de kredietovereenkomst en het kredietbedrag, houdt de kredietgever met deze elementen rekening. Indien een kredietovereenkomst verschillende mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt en de kredietgever gebruikmaakt van een veronderstelling te bepalen door de Koning die dit geval weerspiegelt, geeft hij aan dat andere kredietopnemingsmechanismen voor dat soort kredietovereenkomst hogere jaarlijkse kostenpercentages tot gevolg kunnen hebben;
8° [2 de termijnbedragen, de betalingstermijnen en het aantal van de door de consument te verrichten betalingen]2 en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op aflossing;
9° de eventuele kosten voor het aanhouden van een of meer rekeningen indien dat vereist is voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen, tenzij het openen van de rekening facultatief is, tezamen met de kosten voor het gebruik van een betaalinstrument voor zowel betalingen als kredietopnemingen, andere uit de kredietovereenkomst voortvloeiende kosten, alsmede de voorwaarden waaronder die kosten kunnen worden gewijzigd overeenkomstig artikel VII. 86;
10° in voorkomend geval, het bestaan van kosten die door de consument bij het sluiten van de kredietovereenkomst aan een notaris moeten worden betaald;
11° de eventuele verplichting tot het sluiten van een overeenkomst voor nevendiensten in verband met de kredietovereenkomst, onder meer een verzekering, indien het sluiten van dergelijke overeenkomst voor deze dienst verplicht is om het krediet, in voorkomend geval op de geadverteerde voorwaarden, te verkrijgen;
12° de geldende rentevoet ingeval van betalingsachterstand alsmede de wijzigingsmodaliteiten ervan en, in voorkomend geval, de kosten van niet-nakoming van de kredietovereenkomst;
13° een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling;
14° in voorkomend geval, de gevraagde zekerheden;
15° het al dan niet bestaan van een herroepingsrecht;
16° het recht van vervroegde terugbetaling en, in voorkomend geval, informatie over het recht van de kredietgever op een vergoeding en de wijze waarop deze wordt vastgesteld overeenkomstig artikel VII. 97;
17° het recht van de consument om, overeenkomstig artikel VII. 79, onverwijld en kosteloos geïnformeerd te worden over het resultaat van de raadpleging van een gegevensbestand ter beoordeling van zijn kredietwaardigheid;
18° het recht van de consument om op verzoek een kosteloos exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst te ontvangen.
Deze bepaling is niet van toepassing indien de kredietgever ten tijde van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met de consument aan te gaan;
19° in voorkomend geval, de periode gedurende welke de kredietgever door de precontractuele informatie gebonden is.
Alle aanvullende informatie die de kredietgever aan de consument geeft, wordt verstrekt in een afzonderlijk document, dat aan de SECCI, kan worden gehecht.
[2 De kredietgever en de kredietbemiddelaar treden bij het opstellen van kredietproducten of bij het toekennen van, bij het bemiddelen bij of bij het verlenen van adviesdiensten inzake krediet en, in voorkomend geval, bij nevendiensten aan consumenten, of bij het uitvoeren van een kredietovereenkomst, op een eerlijke, billijke, transparante en professionele wijze op, rekening houdend met de rechten en belangen van de consument. De activiteiten met betrekking tot de toekenning, bemiddeling of verlening van adviesdiensten aangaande kredietverstrekking of, in voorkomend geval, nevendiensten, worden gebaseerd op informatie over de omstandigheden van de consument en elke specifieke eis die de consument heeft medegedeeld, en op redelijke veronderstellingen aangaande de risico's gerelateerd aan de situatie van de consument gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst.]2
§ 2. Bij communicatie via spraaktelefonie, als bedoeld in artikel VI. 56, van het Wetboek van economisch recht, omvat de beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst bedoeld in artikel VI. 56, tweede lid, b) voor wat betreft het consumentenkrediet ten minste de informatie bedoeld in § 1, tweede lid, 3° tot 6° en 8°, evenals het jaarlijkse kostenpercentage weergegeven aan de hand van een representatief voorbeeld en het totale door de consument te betalen bedrag.
§ 3. Indien de overeenkomst op verzoek van de consument gesloten is met gebruikmaking van een middel voor communicatie op afstand dat informatieverstrekking overeenkomstig § 1 niet mogelijk maakt, onder meer in het in § 2 bedoelde geval, verstrekt de kredietgever de volledige precontractuele informatie door middel van het SECCI-formulier na het sluiten van de kredietovereenkomst.
§ 4. Aan de consument wordt, op verzoek en kosteloos, behalve de SECCI, een exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt. Deze bepaling is niet van toepassing indien de kredietgever ten tijde van het verzoek niet voornemens is de kredietovereenkomst met de consument aan te gaan.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2016-04-22/01, art. 6, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(3)<W 2018-09-20/14, art. 12, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
Art. VII.71.[1 § 1. Dit artikel is van toepassing op :
1° de geoorloofde debetstanden op een rekening terugbetaalbaar op verzoek van de kredietgever of binnen een termijn van drie maanden;
2° de geoorloofde debetstanden op een rekening die binnen een maand moeten worden afgelost voor wat betreft § 3;
3° de kredietovereenkomsten gesloten met een beleggingsonderneming bedoeld in artikel VII. 3, § 3, 5° ;
4° de kredietovereenkomsten die een regeling voor uitstel voorzien bedoeld in artikel VII. 3 § 3, 6°.
§ 2. In afwijking van artikel VII. 70, § 1, ter gelegener tijd en voordat de consument door een kredietovereenkomst of een aanbod wordt gebonden, verstrekt de kredietgever en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaarop basis van de door de kredietgever aangeboden kredietvoorwaarden en de eventueel door de consument kenbaar gemaakte voorkeur en verstrekte informatie, de consument de nodige informatie om verschillende aanbiedingen te kunnen vergelijken en zo een geïnformeerd besluit te kunnen nemen over het sluiten van een kredietovereenkomst. Die informatie wordt op een [2 duurzame gegevensdrager]2 verstrekt overeenkomstig het SECCI-formulier in bijlage 2 bij dit boek. De kredietgever wordt geacht te hebben voldaan aan de voorschriften van deze paragraaf en van artikel VI. 55 wanneer hij de "Europese standaardinformatie inzake consumentenkrediet" heeft verstrekt.
Deze informatie heeft betrekking op :
1° het soort krediet;
2° de identiteit, met inbegrip van het ondernemingsnummer, van de kredietgever en desgevallend van de betrokken kredietbemiddelaar evenals hun geografisch adres dat relevant is voor de betrekkingen met de consument;
3° het kredietbedrag;
4° de duur van de kredietovereenkomst;
5° de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen, en indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, de vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst in rekening te brengen kosten, alsmede in voorkomend geval de voorwaarden waaronder deze gewijzigd kunnen worden;
6° het jaarlijkse kostenpercentage, aan de hand van een representatief voorbeeld en met vermelding van alle voor de berekening van dit percentage gebruikte veronderstellingen;
7° de voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst;
8° in voorkomend geval, de vermelding dat de consument te allen tijde gevraagd kan worden het kredietbedrag volledig terug te betalen;
9° de geldende rentevoet ingeval van laattijdige betaling alsmede de wijzigingsmodaliteiten ervan en, in voorkomend geval, de kosten van niet-nakoming van de kredietovereenkomst;
10° het recht van de consument om overeenkomstig artikel VII. 79, onverwijld en gratis geïnformeerd te worden over het resultaat van de raadpleging van een gegevensbestand ter beoordeling van zijn kredietwaardigheid;
11° de informatie over de vanaf het sluiten van de kredietovereenkomst in rekening te brengen kosten en de voorwaarden waaronder deze kosten kunnen worden gewijzigd overeenkomstig artikel VII. 86;
12° in voorkomend geval, de periode gedurende welke de kredietgever door de precontractuele informatie gebonden is.
§ 3. In afwijking van artikel VII. 70, § 2, bij communicatie via spraaktelefonie, als bedoeld in artikel VI. 56 en indien de consument verzoekt de geoorloofde debetstand op de rekening met onmiddellijke ingang beschikbaar te stellen, omvat de beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de financiële dienst, bedoeld in artikel VI. 56, tweede lid, b), ten minste de informatie bedoeld in § 2, tweede lid, 3°, 5°, 6° en 8°.
§ 4. Op verzoek wordt aan de consument, behalve de SECCI, een kosteloos exemplaar van de ontwerpkredietovereenkomst verstrekt. Deze bepaling is niet van toepassing indien de kredietgever ten tijde van het verzoek niet voornemens is de kredietovereenkomst met de consument aan te gaan.
§ 5. Indien de overeenkomst op verzoek van de consument gesloten is met gebruikmaking van een middel voor communicatie op afstand dat informatieverstrekking overeenkomstig § 2 niet mogelijk maakt, met inbegrip van de in § 4 bedoelde gevallen, komt de kredietgever onmiddellijk na het sluiten van de kredietovereenkomst zijn verplichtingen uit hoofde van § 2 na door de contractuele informatie overeenkomstig artikel VII. 78 te verstrekken, voor zover dat artikel van toepassing is.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2018-09-20/14, art. 12, 067; Inwerkingtreding : 20-10-2018>
Art. VII.72.[1 De artikelen VII.70, VII.71, VII.74 en VII.75, zijn niet van toepassing op leveranciers van goederen of aanbieders van diensten die als agent in een nevenfunctie optreden. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de verplichting van de kredietgever ervoor te zorgen dat de consument de in die artikelen bedoelde precontractuele informatie daadwerkelijk ontvangt.
Het eerste lid is niet van toepassing op de agent in een nevenfunctie die tegelijkertijd een kredietovereenkomst en een betaalinstrument aanbiedt dat kan aangewend worden buiten zijn vestiging of een kredietovereenkomst aanbiedt die geheel of gedeeltelijk bestemd is voor de aankoop van goederen of diensten die niet door hem worden aangeboden.]1
----------
(1)<W 2015-10-26/06, art. 16, 028; Inwerkingtreding : 09-11-2015>
Onderafdeling 3. - [1 Plicht tot bijzondere informatieverstrekking van de kredietbemiddelaar]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.73. [1 Elke kredietbemiddelaar moet de consument op de hoogte brengen van zijn hoedanigheid van kredietbemiddelaar, alsook van de aard en de draagwijdte van zijn bevoegdheden, zowel in zijn reclame als in de documenten bestemd voor het cliënteel. Deze informatie heeft onder meer betrekking op de hoedanigheid van kredietmakelaar of verbonden agent.
De verbonden agent geeft in alle documenten bestemd voor het cliënteel de elementen ter identificatie van de kredietgever aan.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Onderafdeling 4. - [1 Passende toelichtingen]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.74. [1 De kredietgevers en, in voorkomend geval, de kredietbemiddelaars verstrekken de consument een passende toelichting om hem in staat te stellen te beoordelen of de voorgestelde kredietovereenkomst aan zijn behoeften en financiële situatie beantwoordt, zo nodig door de ingevolge artikel VII.70, § 1 te verstrekken precontractuele informatie, de voornaamste kenmerken van de voorgestelde producten en de specifieke gevolgen hiervan voor de consument toe te lichten, met inbegrip van de gevolgen indien de consument niet betaalt.
Indien een kredietopening wordt aangeboden op een verkooppunt buiten de vestiging van de kredietgever of op afstand wordt een passende toelichting verstrekt door de kredietgever of desgevallend door de kredietbemiddelaar met betrekking tot de voor- en nadelen tussen deze kredietsoort en de verkoop of lening op afbetaling aangegaan voor hetzelfde kredietbedrag, indien deze kredietsoorten worden aangeboden door de kredietgever of de kredietbemiddelaar. Deze toelichting heeft onder meer betrekking op de aflossing van het kapitaal, de aanrekening van interesten, de maximale jaarlijkse kostenpercentages, de nulstellingstermijn en de eisbaarheid van het verschuldigd saldo in geval van eenzijdige opzegging bedoeld in artikel VII. 98, § 1, tweede lid.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Onderafdeling 5. - [1 Raadgevingsverbintenissen]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.75. [1 De kredietgever en de kredietbemiddelaar zijn gehouden om voor de kredietovereenkomsten die zij gewoonlijk aanbieden of waarvoor zij gewoonlijk bemiddelen, het krediet te zoeken dat qua soort en bedrag het best is aangepast, rekening houdend met de financiële toestand van de consument op het ogenblik van het sluiten van de kredietovereenkomst en met het doel van het krediet.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Onderafdeling 6. - [1 Onderzoeksplicht]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.76. [1 De kredietgever mag slechts een kredietovereenkomst of een zekerheidsovereenkomst sluiten na onderzoek van de identiteitsgegevens op basis van, al naargelang het geval :
- de identiteitskaart bedoeld in artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;
- de verblijfsvergunning uitgereikt op het tijdstip van de inschrijving in het wachtregister bedoeld in artikel 1, § 1, eerste lid, 2°, van de hierboven vermelde wet van 19 juli 1991;
- de identiteitskaart, het paspoort of de vervangende reisvergunning, uitgereikt aan een vreemdeling die geen verblijf houdt in het Rijk, door de Staat waar hij verblijft of waarvan hij onderdaan is.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
Art. VII.77.[1 § 1. Vooraleer de kredietovereenkomst te sluiten gaat de kredietgever over tot de [2 grondige]2 beoordeling van de kredietwaardigheid van de consument en gaat na of hij in staat zal zijn om zijn betalingsverplichtingen na te komen. Hij gaat eveneens over tot de [2 grondige]2 beoordeling van de kredietwaardigheid van de persoonlijke zekerheidsstellers.
Hiertoe is de kredietgever bovendien gehouden tot het raadplegen van de Centrale, behoudens in het geval van een overschrijding. De Koning stelt de nadere regels vast betreffende deze raadpleging.
De Koning bepaalt op welke wijze de kredietgever het bewijs levert van de raadpleging van de Centrale evenals de termijn gedurende welke dit bewijs dient bewaard te worden. [2 De voorwaarden inzake toegang tot de Centrale of elke ander bestand dat aangewend wordt om de kredietwaardigheid van de consument of een persoonlijke zekerheidssteller te beoordelen, of om na te gaan of deze kredietwaardigheid wordt gehandhaafd, mogen niet discriminerend zijn.]2
[2 De kredietgever zorgt er voor dat passende procedures en informatie waarop de kredietwaardigheidsbeoordeling is gebaseerd, wordt vastgelegd, gedocumenteerd en bijgehouden. Hij legt hiertoe in hoofde van iedere consument en, desgevallend, van de steller van een persoonlijke zekerheid, een kredietdossier aan waarin de informatie waarop de kredietwaardigheid is gebaseerd wordt vastgelegd, gedocumenteerd en bijgehouden.]2
Voor de toepassing van het eerste tot het derde lid houdt iedere wijziging van het kredietbedrag het sluiten van een nieuwe kredietovereenkomst in.
Bovendien is de kredietgever, voor de kredietovereenkomsten van onbepaalde duur, gehouden om elk jaar uiterlijk op de eerste werkdag volgend op de jaardag van het sluiten van de kredietovereenkomst de kredietwaardigheid van de consument te herbeoordelen op basis van een nieuwe raadpleging van de Centrale overeenkomstig de bepalingen van het eerste tot derde lid. Deze bepaling is niet van toepassing wanneer voor deze kredietovereenkomsten een nulstellingstermijn van minder dan of gelijk aan 1 jaar van toepassing is.
§ 2 De kredietgever mag slechts een kredietovereenkomst sluiten wanneer hij, gelet op de gegevens waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, redelijkerwijze moet aannemen dat de consument in staat zal zijn [2 de verbintenissen]2 voortvloeiend uit de overeenkomst, na te komen.
Wanneer er in hoofde van een consument een wanbetaling(en) geregistreerd staat in de Centrale voor een totaal achterstallig bedrag van meer dan 1.000 euro in het kader van een consumentenkrediet [3 en/of een hypothecair krediet met een roerende bestemming]3 die niet werd afgelost dan kan een kredietgever geen nieuwe kredietovereenkomst sluiten. In de andere gevallen van een niet-afgeloste wanbetaling kan een kredietgever slechts een nieuwe kredietovereenkomst sluiten mits een bijzondere motivering in het kredietdossier.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-04-19/39, art. 3, 021; Inwerkingtreding : 01-04-2015 (zie KB 2014-04-19/40, art. 2)>
(2)<W 2016-04-22/01, art. 7, 038; Inwerkingtreding : 01-12-2016>
(3)<W 2017-04-18/03, art. 8, 046; Inwerkingtreding : 04-05-2017>
----