- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
Het recht om niet te bemiddelen en recht om het oneens te blijven
Bemiddeling kan nuttig zijn. Niemand hoeft dat te ontkennen. In tal van familiale, commerciële, vennootschapsrechtelijke, burenrechtelijke of professionele conflicten kan een ernstig bemiddelingstraject partijen helpen om uit een patstelling te raken, kosten te vermijden, communicatie te herstellen en een oplossing te vinden die ruimer is dan wat een rechter kan opleggen.
Maar het wordt problematisch wanneer bemiddeling niet langer wordt voorgesteld als een mogelijkheid, maar als een moreel betere weg. Nog problematischer wordt het wanneer de gerechtelijke procedure impliciet wordt voorgesteld als kil, beperkt, agressief, juridisch verengd of minder humaan, terwijl bemiddeling wordt omkleed met woorden als empathie, menselijkheid, broederlijkheid, luisterbereidheid, vrede en algemeen belang.
Die tegenstelling is te eenvoudig. Zij is zelfs gevaarlijk.
Een rechtsstaat steunt niet op de verplichting om elkaar te begrijpen. Hij steunt op het recht om het oneens te zijn. Burgers hoeven hun geschil niet noodzakelijk te herleiden tot wederzijdse belangen, emoties, dialoog of gemeenschappelijke waarden. Soms is er gewoon een betwisting over rechten. Soms is één partij tekortgeschoten. Soms is er machtsmisbruik. Soms is er bedrog. Soms is er kwade trouw. Soms is er geen “misverstand”, maar een principieel meningsverschil. Soms wil een partij niet praten, maar recht.
Dat is geen tekort aan menselijkheid. Dat is precies waarvoor het recht bestaat.
De rechter is geen falen van de dialoog
Het beroep op een rechter mag niet worden voorgesteld als een soort laatste redmiddel voor wie onvoldoende openstaat voor gesprek. De rechter is geen nooduitgang voor mislukte communicatie. De rechter is een wezenlijk onderdeel van de democratische rechtsstaat.
Een onafhankelijke en onpartijdige rechter biedt iets wat bemiddeling niet kan bieden: een beslissing op grond van recht, na tegenspraak, met procedurele waarborgen, motivering, mogelijkheid van beroep en uitvoerbaarheid. Dat is geen technocratische armoede. Dat is beschaving.
Dat een rechter zich moet beperken tot het juridisch relevante is geen zwakte, maar een waarborg. Niet alles wat emotioneel, relationeel of moreel belangrijk is, behoort juridisch beslissend te zijn. Het recht filtert. Het recht begrenst. Het recht verhindert dat persoonlijke gevoeligheden, morele druk of retorische overmacht de plaats innemen van afdwingbare rechtsnormen.
Wie dat “eng” noemt, miskent waarom het recht bestaat.
Vrijwilligheid mag geen morele dwang worden
Bemiddeling wordt klassiek voorgesteld als vrijwillig, vertrouwelijk en begeleid door een onafhankelijke, neutrale en onpartijdige derde. Precies die vrijwilligheid is essentieel. Zodra partijen zich moreel verplicht moeten voelen om te bemiddelen, wordt die vrijwilligheid uitgehold. De besproken tekst benadrukt zelf dat bemiddeling wettelijk als vrijwillig overleg wordt omschreven, maar plaatst tegelijk de minnelijke conflictoplossing nadrukkelijk voorop, met de rechter pas in tweede orde.
Daar wringt het schoentje.
Men kan bemiddeling promoten. Men kan uitleggen dat zij nuttig is. Men kan partijen uitnodigen om een minnelijke regeling te overwegen. Maar men mag niet de indruk wekken dat wie procedeert, onvoldoende empathisch, onvoldoende volwassen, onvoldoende maatschappelijk verantwoordelijk of onvoldoende humaan zou zijn.
Dat is geen juridische analyse meer. Dat is semi-propaganda.
Niet elk conflict is een communicatieprobleem
De grote vergissing van veel bemiddelingsdiscours is dat het conflict vaak wordt voorgesteld als iets dat vooral voortvloeit uit gebrekkige communicatie, verharding van standpunten, gebrek aan luisterbereidheid of onvoldoende inzicht in de belangen van de ander.
Dat is soms juist. Maar lang niet altijd.
Er bestaan conflicten waarin de feiten hard zijn. Er bestaan conflicten waarin een partij niet wil betalen, niet wil leveren, niet wil naleven, niet wil erkennen of niet wil stoppen. Er bestaan conflicten waarin een zwakkere partij net bescherming nodig heeft tegen de “dialoog” met een sterkere partij. Er bestaan conflicten waarin verdere gesprekken alleen maar tijdverlies, uitputting of strategisch voordeel voor de tegenpartij opleveren.
In zulke gevallen is het verwijzen naar empathie, broederlijkheid en gemeenschappelijke belangen niet alleen wereldvreemd, maar soms zelfs schadelijk. De partij die recht heeft op uitvoering, schadevergoeding, bescherming of stopzetting van een onrechtmatige toestand, moet zich niet laten gijzelen door een discours dat haar aanspoort nog maar eens te luisteren naar de ander.
Soms is genoeg genoeg.
De mythe dat bemiddeling alleen winnaars kent
De stelling dat bemiddeling alleen winnaars kent, klinkt aantrekkelijk, maar is veel te rooskleurig. In de praktijk kan bemiddeling ook leiden tot vermoeidheidsakkoorden, drukakkoorden, halve toegevingen, vage compromissen of regelingen waarbij een partij afstand doet van rechten omdat zij geen energie, geld of draagkracht meer heeft om de strijd verder te voeren.
Een akkoord is niet automatisch rechtvaardig omdat het vrijwillig wordt ondertekend. Ook in onderhandeling en bemiddeling spelen macht, geld, persoonlijkheid, informatievoorsprong, emotionele druk en procesmoeheid een rol. De welbespraakte partij, de financieel sterkere partij, de partij die tijd kan kopen of de partij die beter met sociale druk omgaat, kan ook in een bemiddeling dominant zijn.
De rechterlijke procedure heeft net de bedoeling om die ongelijkheden gedeeltelijk te neutraliseren. Zij doet dat niet perfect, maar zij biedt minstens regels: termijnen, stukken, conclusies, bewijsregels, motivering, tegenspraak, hoger beroep en gedwongen uitvoering.
Dat zijn geen koude formaliteiten. Dat zijn beschermingsmechanismen.
De advocaat als probleem?
Ook de suggestie dat advocaten conflicten verharden doordat zij de standpunten van hun cliënten “met hand en tand” verdedigen, verdient tegenspraak. Natuurlijk bestaan er advocaten die nodeloos scherp of polariserend optreden. Maar het is een karikatuur om de advocaat hoofdzakelijk te zien als iemand die wonden slaat door harde taal.
De advocaat is in een rechtsstaat geen hinderpaal voor menselijkheid. Hij is de vertolker van rechten, belangen en verweer. Hij zorgt ervoor dat een partij die juridisch, sociaal, emotioneel of intellectueel zwakker staat, niet alleen tegenover de andere partij of tegenover het systeem staat. Hij vertaalt verontwaardiging in argumenten, chaos in structuur, feiten in bewijs en onmacht in procedurele bescherming.
Wie de advocaat wantrouwt omdat hij partijdig is, vergeet dat zijn partijdigheid precies zijn functie is. De rechter is onpartijdig. De advocaat is dat niet. Dat onderscheid is geen gebrek, maar een essentieel evenwicht.
Een humane samenleving heeft ook rechters nodig
Een meer humane samenleving wordt niet gebouwd door conflicten zoveel mogelijk buiten de rechter te houden. Zij wordt gebouwd door burgers toegang te geven tot meerdere wegen: overleg waar mogelijk, bemiddeling waar nuttig, onderhandeling waar zinvol, maar ook rechterlijke beslissing waar nodig.
De rechter is niet de vijand van verzoening. De rechter is de waarborg dat verzoening niet wordt afgedwongen door druk, uitputting of morele culpabilisering.
Een samenleving waarin procederen wordt voorgesteld als een minder verheven vorm van conflictoplossing, begeeft zich op een hellend vlak. Want dan wordt de burger die zijn recht zoekt subtiel verdacht gemaakt. Hij zou te weinig openstaan voor dialoog. Hij zou te veel vasthouden aan zijn gelijk. Hij zou te juridisch denken. Hij zou de relatie beschadigen. Hij zou het algemeen belang niet dienen.
Maar een burger mag vasthouden aan zijn gelijk. Een burger mag weigeren om te verzoenen. Een burger mag zeggen: hierover valt niet te onderhandelen. Een burger mag vragen dat een onafhankelijke rechter beslist.
Dat is geen egoïsme. Dat is rechtsstatelijkheid.
Bemiddeling als mogelijkheid, niet als ideologie
De juiste plaats van bemiddeling is bescheiden en waardevol tegelijk. Zij is een instrument, geen levensbeschouwing. Zij is een methode, geen morele norm. Zij is een kans, geen plicht. Zij kan partijen dichter bij elkaar brengen, maar zij mag partijen niet beschamen wanneer zij afstand willen houden.
Het recht op toegang tot de rechter is geen achterhaald conflictmodel. Het is een fundamenteel recht. Wie bemiddeling verdedigt, moet daarom even krachtig het recht verdedigen om niet te bemiddelen.
Want pas dan blijft bemiddeling wat zij hoort te zijn: vrijwillig, vrij, nuttig en geloofwaardig.
Wat u verder leest in dit artikel
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
