Elfri.be – juridische kennisbank met rechtspraak, commentaar, modellen en praktische tips

Voor juristen, advocaten, ondernemingen en rechtszoekenden

Elfri.be
  • Home
  • Categorieën
    • Juridsiche bijdragen
    • Rechtspraak
    • Rechtsleer
    • Wetgeving
    • Modellen
    • Nuttige adressen
    • Nuttige linken
    • Publicaties
    • Veelgestelde Vragen
  • zoeken
  • Kantoor
    • Typo
  • Contact
    • Stel uw vraag aan een advocaat
    • Stel een vraag over de website
  • Kernwoorden
  • Abonnement
    • Abonnement op website nemen
    • Onmiddelijke toegang
    • Abonnement verlengen
    • Abonnement aanpassen
    • Historiek
    • Abonnement beheren of annuleren
  • Webshop
    • Lijst van beschikbare modellen
    • Winkelwagen
  • Mijn account
    • Inloggen
    • Paswoord vergeten
    • Mijn profiel
    • Mijn profiel aanpassen
    • UItloggen
    • Gebruikersnaam vergeten
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Categorieën
  4. Juridsiche bijdragen
  5. De twintigjarige verjaringstermijn: betekenis en toepassingsgebied vandaag
Vorig artikel: Het aanvangspunt van de vijfjarige verjaringstermijn bij buitencontractuele aansprakelijkheid Vorige Volgende artikel: Artikel 2276, eerste lid BW: de vijfjarige verjaring van de aansprakelijkheid van rechters voor de bewaring van processtukken Volgende
Details
Categorie: Artikel
Redactieteam-elfri.be By Redactieteam-elfri.be
Redactieteam-elfri.be
Laatst bijgewerkt: 30 september 2026
Hits: 5

De twintigjarige verjaringstermijn: betekenis en toepassingsgebied vandaag

De twintigjarige verjaringstermijn geldt als de uiterste, zogenaamde absolute verjaringstermijn voor rechtsvorderingen tot schadevergoeding. Ze bepaalt dat, ongeacht de kennis van de schade of de aansprakelijke persoon, de vordering in elk geval verjaart na verloop van twintig jaar te rekenen vanaf het feit waardoor de schade is veroorzaakt. De ratio van deze regel is het waarborgen van rechtszekerheid: ook wie pas veel later kennis krijgt van de schade, kan niet onbeperkt aanspraak blijven maken op herstel.

Sinds de hervorming van 1998 is deze termijn neergelegd in artikel 2262bis, §1, tweede lid Burgerlijk Wetboek. De twintigjarige termijn geldt vandaag nog steeds voor buitencontractuele aansprakelijkheid, burgerlijke vorderingen uit misdrijf, en in het algemeen voor alle schadevorderingen waarvoor geen kortere bijzondere termijn is vastgesteld. Zij vormt aldus de buitenste grens waarbinnen de korte verjaringstermijn van vijf jaar (die begint te lopen vanaf de kennis van de schade en de aansprakelijke persoon) zich kan afspelen. Zodra de twintig jaar verstreken zijn, kan geen enkele vordering tot schadevergoeding nog worden ingesteld, ongeacht de subjectieve kennis of goede trouw van het slachtoffer.

De termijn blijft relevant in langlopende of sluimerende schadegevallen, zoals bij milieuverontreiniging, blootstelling aan schadelijke stoffen of technische gebreken die zich pas na jaren manifesteren. Zij treedt op de voorgrond telkens wanneer de schade pas lang na het schadeverwekkende feit aan het licht komt.

Geen twintigjarige verjaring meer voor zakelijke rechten

Historisch gold de twintigjarige termijn ook voor zakelijke rechtsvorderingen, zoals eigendomsvorderingen, die op grond van het vroegere artikel 2262 BW na twintig jaar konden worden verkregen of verloren door verjaring. Deze regeling is echter grondig hervormd door het nieuwe goederenrecht (Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek). Sinds de inwerkingtreding daarvan (1 september 2021) geldt geen algemene twintigjarige verjaring meer voor zakelijke rechten.

De verjaring van zakelijke rechtsvorderingen is sindsdien specifiek geregeld in het goederenrecht en onderscheidt zich van de verjaring van persoonlijke rechtsvorderingen tot schadevergoeding. Voor de verkrijgende verjaring van eigendom en andere zakelijke rechten gelden nu eigen termijnen (meestal tien of dertig jaar, afhankelijk van bezit te goeder of kwader trouw), terwijl voor de bevrijdende verjaring inzake zakelijke rechtsvorderingen de oude twintigjarige regel niet langer van toepassing is.

De twintigjarige verjaring behoudt dus enkel haar functie binnen het aansprakelijkheidsrecht en niet meer in het goederenrecht.

Het aanvangspunt van de twintigjarige termijn

De termijn begint te lopen op het ogenblik waarop “het feit waardoor de schade is veroorzaakt” zich voordoet. Over dit aanvangspunt heeft de wetgever zich bij de totstandkoming van de wet van 10 juli 1998 nauwelijks uitgesproken. Het begrip “schadeverwekkend feit” is vreemd aan de foutaansprakelijkheid, maar wordt in het risico- en verzekeringsrecht gebruikt om het laatste feit aan te duiden dat noodzakelijk en samen met de andere omstandigheden voldoende is om de schade te doen ontstaan.

Bij een plots feit – bijvoorbeeld de inname van een foutief geneesmiddel – begint de termijn te lopen op het moment van de inname, niet bij de fabricage van het product of het optreden van de ziekte.
Bij een voortdurend feit of een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak – zoals bij bodemverontreiniging of langdurige blootstelling aan asbest – start de termijn pas nadat het voortdurende feit is opgehouden of het laatste feit van de reeks zich heeft voorgedaan.

Hoewel deze regels in de rechtsleer breed worden aanvaard, is de gepubliceerde rechtspraak over het aanvangspunt van de twintigjarige verjaring nog schaars.

De twintigjarige termijn bij een rechterlijk voorbehoud

Een afzonderlijk toepassingsgeval van de twintigjarige termijn is opgenomen in artikel 2262bis, §2 BW. Wanneer een rechter in een in kracht van gewijsde gegane beslissing een voorbehoud toekent voor toekomstige schade, kan het slachtoffer gedurende twintig jaar na die uitspraak een aanvullende vordering tot schadevergoeding instellen. Deze regeling vervangt het vroegere artikel 27 Wetboek van Strafvordering, dat enkel gold voor burgerlijke vorderingen uit misdrijven, en breidt het toepassingsgebied uit tot alle schadevorderingen.

Zonder voorbehoud is een bijkomende eis na afloop van de twintigjarige termijn in beginsel niet meer mogelijk. Het voorbehoud moet bovendien uitdrukkelijk door de rechter zijn toegekend.

Bijzondere verjaringstermijnen

Naast deze algemene regeling kent het Burgerlijk Wetboek ook een aantal bijzondere, vaak kortere verjaringstermijnen (artikelen 2271 tot 2278bis BW). Sommige daarvan – de zogenaamde kwijtende verjaringen – berusten op een vermoeden van betaling wanneer geen bewijsstukken bestaan. Andere bepalen gewone korte termijnen voor specifieke schuldvorderingen. De twintigjarige verjaring blijft echter de algemene regel die de uiterste grens vormt voor alle niet-specifiek geregelde schadevorderingen.

  • Franse term: prescription
  • Vrije inhoud:

    FAQ – De twintigjarige verjaringstermijn in het Belgisch recht


    1. Wat houdt de twintigjarige verjaringstermijn precies in?

    De twintigjarige verjaring is een absolute of objectieve verjaringstermijn. Ze bepaalt dat elke vordering tot schadevergoeding definitief verjaart twintig jaar na het feit waardoor de schade is veroorzaakt, ongeacht of het slachtoffer op dat moment weet had van de schade of van de aansprakelijke persoon.

    Het gaat dus om een onherroepelijke uiterste termijn, die losstaat van subjectieve kennis en niet kan worden verlengd of opgeschort, behalve in de gevallen die de wet uitdrukkelijk bepaalt.


    2. Voor welke vorderingen geldt deze termijn vandaag nog?

    De twintigjarige verjaring geldt vandaag uitsluitend voor:

    • vorderingen tot schadevergoeding op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid;

    • de burgerlijke vordering uit misdrijf;

    • vorderingen tot herstel van schade zonder specifieke verjaringstermijn (bijvoorbeeld bepaalde administratieve of quasi-delictuele aanspraken).

    In die zin fungeert artikel 2262bis BW als restbepaling: telkens wanneer geen andere termijn geldt, is de twintigjarige absolute verjaring van toepassing.


    3. Bestaat de twintigjarige verjaring nog voor eigendom en andere zakelijke rechten?

    Nee. De twintigjarige verjaring voor zakelijke rechten (eigendom, erfdienstbaarheid, enz.) is afgeschaft met de inwerkingtreding van Boek 3 “Goederen” BW op 1 september 2021.

    Vroeger bepaalde artikel 2262 BW dat eigendom kon worden verkregen of verloren door verjaring na twintig jaar. Dat artikel is opgeheven.
    De verkrijgende en bevrijdende verjaring van zakelijke rechten wordt nu autonoom geregeld in Boek 3 BW, met eigen termijnen:

    • 10 jaar bij bezit te goeder trouw en op grond van een geldige titel;

    • 30 jaar in alle andere gevallen.

    De twintigjarige verjaring speelt dus enkel nog een rol binnen het aansprakelijkheidsrecht.


    4. Vanaf wanneer begint de twintigjarige termijn te lopen?

    De termijn begint op het moment van het feit waardoor de schade is veroorzaakt. Dat begrip werd overgenomen uit het verzekeringsrecht, maar is niet gedefinieerd in de wet. Volgens de heersende rechtsleer betreft het:

    “Het laatste feit dat, samen met de voorafgaande omstandigheden, voldoende is voor het ontstaan van de schade.”

    Daaruit volgt:

    • bij plotselinge feiten (bv. verkeersongeval, foutieve medische handeling) begint de termijn te lopen vanaf het feit zelf;

    • bij voortdurende feiten (bv. lozingen, vervuiling, asbestblootstelling) begint zij pas te lopen wanneer de voortdurende toestand ophoudt;

    • bij opeenvolgende feiten met eenzelfde oorzaak (bv. reeks explosies) start zij na het laatste feit van de reeks.


    5. Wat is het verschil tussen de vijfjarige en de twintigjarige verjaring?

    • De vijfjarige verjaring (art. 2262bis, §1, eerste lid BW) is subjectief: zij begint pas te lopen vanaf het ogenblik waarop het slachtoffer kennis heeft van de schade én van de aansprakelijke persoon.

    • De twintigjarige verjaring is objectief en absoluut: zij begint te lopen vanaf het schadeverwekkende feit, ongeacht kennis of bewustzijn, en vormt een onverlengbare bovengrens.

    Zelfs als de schade pas na twintig jaar wordt ontdekt, is de vordering definitief verjaard.


    6. Wat is de twintigjarige termijn bij een rechterlijk voorbehoud (art. 2262bis, §2 BW)?

    Wanneer de rechter in een definitieve uitspraak een voorbehoud erkent voor toekomstige schade, kan het slachtoffer nog gedurende twintig jaar na die uitspraak een aanvullende schadevordering instellen.

    Deze bepaling breidt het vroegere artikel 27 Wetboek van Strafvordering uit tot alle schadevorderingen.
    Voorwaarde is wel dat het voorbehoud uitdrukkelijk door de rechter wordt toegekend; bij ontstentenis daarvan verjaart de aanvullende vordering volgens de gewone regels van §1.


    7. Kan de twintigjarige verjaring worden gestuit of geschorst?

    In beginsel niet. Omdat het gaat om een absolute termijn, wordt zij slechts gestuit of geschorst in uitzonderlijke, wettelijk voorziene gevallen, zoals overmacht of de minderjarigheid van het slachtoffer, indien de wet dit toelaat. De rechtspraak is hier uiterst restrictief.


    8. Hoe verhoudt deze termijn zich tot de bijzondere verjaringstermijnen in het Burgerlijk Wetboek?

    De artikelen 2271 tot 2278bis BW bevatten tal van bijzondere verjaringstermijnen, waaronder de zogenaamde kwijtende verjaringen, die berusten op een vermoeden van betaling.
    De twintigjarige verjaring uit artikel 2262bis BW fungeert als algemene residuaire regeling: zij geldt enkel wanneer geen andere bijzondere (kortere) termijn is bepaald.


    9. Wat gebeurt er bij voortdurende schade of bij schade die zich pas later manifesteert?

    Wanneer het schadeverwekkende feit voortduurt (bijv. voortdurende vervuiling) of wanneer schade progressief ontstaat, wordt het aanvangspunt verschoven naar het moment waarop de handeling of toestand eindigt.

    De rechtsleer tracht zo te vermijden dat de absolute termijn reeds verstrijkt terwijl de schade nog voortduurt. Toch blijft de twintigjarige grens absoluut: eens de termijn is verstreken, is elke vordering onontvankelijk, ook bij latere manifestatie van bijkomende schade.


    10. Wat is vandaag de praktische relevantie van de twintigjarige verjaring?

    Hoewel zij in het moderne verbintenissenrecht minder vaak wordt bereikt, blijft de twintigjarige verjaring cruciaal in langlopende dossiers, zoals:

    • milieuschade en bodemverontreiniging;

    • asbest- en andere beroepsziekten;

    • gebrekkige constructies of producten met latente gebreken;

    • aansprakelijkheid bij wetenschappelijke of medische onzekerheid.

    Zij vormt de onverzettelijke grens tussen herstel en rechtszekerheid: eenmaal de twintig jaar verstreken zijn, is de aansprakelijkheid definitief uitgedoofd.


     
  • Lijst externe links:
    • Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
    • Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html

Je hebt geen toegang tot de volledige inhoud van deze bijdrage.

Een deel van de inhoud van deze pagina is voorbehouden aan onze leden. Naargelang de bijdrage gaat het onder meer om verdere juridische analyse en commentaar, toepasselijke regelgeving en rechtspraak, concrete toepassingen, praktische aandachtspunten, modellen, referenties, bronnen en verdiepende juridische informatie.

Je kan deze pagina ook via een eenmalige toegang raadplegen zonder lid te worden door hier te klikken. Voor een beperkte meerprijs heb je reeds gedurende één maand toegang tot de volledige juridische databank.

 

Ontdek onze abonnementen

 

Ben je al lid, log in

 

Volgende inhoud op deze pagina is enkel beschikbaar voor leden:

 
  • Wetgeving
  • Soort link
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Topics
  • Rechtsleer
  • Volledige tekst
Vrije inhoud

FAQ – De twintigjarige verjaringstermijn in het Belgisch recht


1. Wat houdt de twintigjarige verjaringstermijn precies in?

De twintigjarige verjaring is een absolute of objectieve verjaringstermijn. Ze bepaalt dat elke vordering tot schadevergoeding definitief verjaart twintig jaar na het feit waardoor de schade is veroorzaakt, ongeacht of het slachtoffer op dat moment weet had van de schade of van de aansprakelijke persoon.

Het gaat dus om een onherroepelijke uiterste termijn, die losstaat van subjectieve kennis en niet kan worden verlengd of opgeschort, behalve in de gevallen die de wet uitdrukkelijk bepaalt.


2. Voor welke vorderingen geldt deze termijn vandaag nog?

De twintigjarige verjaring geldt vandaag uitsluitend voor:

  • vorderingen tot schadevergoeding op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid;

  • de burgerlijke vordering uit misdrijf;

  • vorderingen tot herstel van schade zonder specifieke verjaringstermijn (bijvoorbeeld bepaalde administratieve of quasi-delictuele aanspraken).

In die zin fungeert artikel 2262bis BW als restbepaling: telkens wanneer geen andere termijn geldt, is de twintigjarige absolute verjaring van toepassing.


3. Bestaat de twintigjarige verjaring nog voor eigendom en andere zakelijke rechten?

Nee. De twintigjarige verjaring voor zakelijke rechten (eigendom, erfdienstbaarheid, enz.) is afgeschaft met de inwerkingtreding van Boek 3 “Goederen” BW op 1 september 2021.

Vroeger bepaalde artikel 2262 BW dat eigendom kon worden verkregen of verloren door verjaring na twintig jaar. Dat artikel is opgeheven.
De verkrijgende en bevrijdende verjaring van zakelijke rechten wordt nu autonoom geregeld in Boek 3 BW, met eigen termijnen:

  • 10 jaar bij bezit te goeder trouw en op grond van een geldige titel;

  • 30 jaar in alle andere gevallen.

De twintigjarige verjaring speelt dus enkel nog een rol binnen het aansprakelijkheidsrecht.


4. Vanaf wanneer begint de twintigjarige termijn te lopen?

De termijn begint op het moment van het feit waardoor de schade is veroorzaakt. Dat begrip werd overgenomen uit het verzekeringsrecht, maar is niet gedefinieerd in de wet. Volgens de heersende rechtsleer betreft het:

“Het laatste feit dat, samen met de voorafgaande omstandigheden, voldoende is voor het ontstaan van de schade.”

Daaruit volgt:

  • bij plotselinge feiten (bv. verkeersongeval, foutieve medische handeling) begint de termijn te lopen vanaf het feit zelf;

  • bij voortdurende feiten (bv. lozingen, vervuiling, asbestblootstelling) begint zij pas te lopen wanneer de voortdurende toestand ophoudt;

  • bij opeenvolgende feiten met eenzelfde oorzaak (bv. reeks explosies) start zij na het laatste feit van de reeks.


5. Wat is het verschil tussen de vijfjarige en de twintigjarige verjaring?

  • De vijfjarige verjaring (art. 2262bis, §1, eerste lid BW) is subjectief: zij begint pas te lopen vanaf het ogenblik waarop het slachtoffer kennis heeft van de schade én van de aansprakelijke persoon.

  • De twintigjarige verjaring is objectief en absoluut: zij begint te lopen vanaf het schadeverwekkende feit, ongeacht kennis of bewustzijn, en vormt een onverlengbare bovengrens.

Zelfs als de schade pas na twintig jaar wordt ontdekt, is de vordering definitief verjaard.


6. Wat is de twintigjarige termijn bij een rechterlijk voorbehoud (art. 2262bis, §2 BW)?

Wanneer de rechter in een definitieve uitspraak een voorbehoud erkent voor toekomstige schade, kan het slachtoffer nog gedurende twintig jaar na die uitspraak een aanvullende schadevordering instellen.

Deze bepaling breidt het vroegere artikel 27 Wetboek van Strafvordering uit tot alle schadevorderingen.
Voorwaarde is wel dat het voorbehoud uitdrukkelijk door de rechter wordt toegekend; bij ontstentenis daarvan verjaart de aanvullende vordering volgens de gewone regels van §1.


7. Kan de twintigjarige verjaring worden gestuit of geschorst?

In beginsel niet. Omdat het gaat om een absolute termijn, wordt zij slechts gestuit of geschorst in uitzonderlijke, wettelijk voorziene gevallen, zoals overmacht of de minderjarigheid van het slachtoffer, indien de wet dit toelaat. De rechtspraak is hier uiterst restrictief.


8. Hoe verhoudt deze termijn zich tot de bijzondere verjaringstermijnen in het Burgerlijk Wetboek?

De artikelen 2271 tot 2278bis BW bevatten tal van bijzondere verjaringstermijnen, waaronder de zogenaamde kwijtende verjaringen, die berusten op een vermoeden van betaling.
De twintigjarige verjaring uit artikel 2262bis BW fungeert als algemene residuaire regeling: zij geldt enkel wanneer geen andere bijzondere (kortere) termijn is bepaald.


9. Wat gebeurt er bij voortdurende schade of bij schade die zich pas later manifesteert?

Wanneer het schadeverwekkende feit voortduurt (bijv. voortdurende vervuiling) of wanneer schade progressief ontstaat, wordt het aanvangspunt verschoven naar het moment waarop de handeling of toestand eindigt.

De rechtsleer tracht zo te vermijden dat de absolute termijn reeds verstrijkt terwijl de schade nog voortduurt. Toch blijft de twintigjarige grens absoluut: eens de termijn is verstreken, is elke vordering onontvankelijk, ook bij latere manifestatie van bijkomende schade.


10. Wat is vandaag de praktische relevantie van de twintigjarige verjaring?

Hoewel zij in het moderne verbintenissenrecht minder vaak wordt bereikt, blijft de twintigjarige verjaring cruciaal in langlopende dossiers, zoals:

  • milieuschade en bodemverontreiniging;

  • asbest- en andere beroepsziekten;

  • gebrekkige constructies of producten met latente gebreken;

  • aansprakelijkheid bij wetenschappelijke of medische onzekerheid.

Zij vormt de onverzettelijke grens tussen herstel en rechtszekerheid: eenmaal de twintig jaar verstreken zijn, is de aansprakelijkheid definitief uitgedoofd.


 
Franse term prescription

Kernwoorden

  • verjaring [FC 89]
  • aanvang van de verjaring
  • termijnen in het recht
  • 2262bis BW
  • recht en tijd
  • termijn
  • verjaard
  • afstand van verjaring
  • afstand van verjaring door proceshouding
  • belang verjaring
  • aanslepende onderhandelingen en verjaring
  • advocaat en verjaring
  • 30 jarige verjaring
  • afstand bomen verjaring
  • afstand verjaring door onderhandeling
  • 20 jarige verjaring
  • afstand verjaring
  • aangetekende brief stuit verjaring niet
  • verjaring [FC 25439]
  • aanvaarding en verwerping nalatenschapngspunt verjaring architect
  • twintigjarige verjaring
  • verbod ambtshalve verjaring
  • ambtshalve verjaring
  • aanvang termijn verjaring erdienstbaarheid
  • beginpunt verjaring
  • aanvangspunt vijfjarige verjaring
Lijst externe links
  • Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
  • Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html

Stel uw vraag aan een advocaat

Meer dan een samenvatting

De volledige bijdrage bevat de nuances die in de praktijk tellen: voorwaarden, uitzonderingen, argumenten, toepassingen en aandachtspunten.

Bij rechtspraak, rechtsleer en wetgeving krijgt u bovendien de nuttige referenties en vindplaatsen voor verdere controle, bronvermelding en gebruik in uw dossier.

Volledige bijdrage raadplegen

Populair in juridische bijdragen

  • Second opinion bij verkeersgeschillen
    30.sep
  • Nieuwe deontologische regels over belangenconflicten bij advocaten
    30.sep
  • Verpleegkundig consult bij palliatieve zorg: wat betekent dit voor patiënt en familie?
    30.sep
  • Adressen van buitenlandse zaken en consulaten in België
    30.sep
  • Fraus omnia corrumpit begrenst de rechtsgevolgen van bedrog, maar niet verder dan nodig
    30.sep

LINKS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Doorzoek elfri.be

Onmiddellijke toegang nodig?

Kies tussen onmiddellijke toegang, een volledig abonnement van één maand of een alternatieve abonnementsformule.

Koop onmiddelijke toegang

Neem 1 maand volledige toegang

Bekijk andere formules

Logo Elfri recolored

De meest gebruikte kernwoorden in elfri.be

  • onvermogen
  • collectieve schuldenregeling
  • WCO
  • insolventierecht
  • onvermogenden
  • wet continuïteit ondernemingen
  • Insolventie
  • faillissementenrecht
  • faillissement
  • rechten onvermogenden

RECHTS

Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)

Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren 

Inhoud en format © Elfri De Neve 1984-2026. All rights reserved - alle rechten voorbehouden. Website onwikkeling en design arc3c.