- Details
- Categorie: Artikel
- By Redactieteam-elfri.be
- Hits: 5
De gemeenrechtelijke tienjarige verjaringstermijn van artikel 2262bis BW en de dubbele termijn bij buitencontractuele aansprakelijkheid
FAQ – Artikel 2262bis BW: de tienjarige en dubbele verjaringstermijn, inclusief de verjaring van de actio iudicati
1. Wat regelt artikel 2262bis BW precies?
Artikel 2262bis BW bevat de gemeenrechtelijke regeling van de bevrijdende verjaring voor persoonlijke aanspraken. Het voorziet in een tienjarige verjaringstermijn voor persoonlijke rechten in het algemeen, en een bijzondere dubbele termijn (vijf jaar + twintig jaar) voor schadevorderingen uit buitencontractuele aansprakelijkheid.
2. Wat is het verschil tussen artikel 2262 en artikel 2262bis BW?
Artikel 2262 BW regelt de dertigjarige verjaring voor zakelijke aanspraken (eigendom, erfdienstbaarheden, revindicatie, enz.).
Artikel 2262bis BW daarentegen geldt voor persoonlijke aanspraken (vorderingen die steunen op een verbintenis tussen personen) en introduceert een kortere termijn van tien jaar.
3. Welke vorderingen vallen onder de tienjarige termijn van artikel 2262bis, §1, eerste lid BW?
De tienjarige gemeenrechtelijke verjaringstermijn is van toepassing op alle persoonlijke aanspraken die niet onder een bijzondere regeling vallen. Dat omvat:
-
Contractuele vorderingen (nakoming, betaling, ontbinding, schadevergoeding wegens wanprestatie);
-
Quasi-contractuele vorderingen (onverschuldigde betaling, ongegronde verrijking, zaakwaarneming);
-
Vorderingen uit de wet (bijvoorbeeld regresvordering van de borg, vordering uit schijnmandaat);
-
Vorderingen uit eenzijdige rechtshandelingen (zoals belofte of schuldbekentenis).
4. Wanneer begint de tienjarige verjaring te lopen?
De termijn begint daags na het moment waarop de aanspraak opeisbaar wordt, met andere woorden: zodra de schuldeiser zijn vordering in rechte kan uitoefenen. Deze regel sluit aan bij het klassieke beginsel actiones non natae non praescribuntur.
5. Geldt de tienjarige termijn ook voor rechterlijke uitspraken (actio iudicati)?
Ja. De actio iudicati, dat is de vordering tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing, valt onder het gemeenrechtelijke regime van artikel 2262bis, §1, eerste lid BW.
Dat betekent dat de partij die over een uitvoerbare uitspraak beschikt, tien jaar de tijd heeft om die beslissing ten uitvoer te leggen.
De termijn begint te lopen vanaf de dag van de uitspraak zelf, en niet pas vanaf de betekening of de in kracht van gewijsde treden van het vonnis. Cassatierechtspraak bevestigt dit (Cass. 18 februari 2010; Gent 15 februari 2011). De betekening van het vonnis is dus niet vereist om de verjaring te doen ingaan.
6. Wat is het onderscheid tussen de verjaring van de vordering en de actio iudicati?
De oorspronkelijke vordering (bijvoorbeeld een contractuele betalingsvordering) verjaart volgens de daarvoor geldende termijn (vaak tien jaar).
Zodra er een rechterlijke uitspraak is die deze vordering toewijst, ontstaat een nieuwe rechtsgrond: het vonnis zelf. De tenuitvoerlegging van die beslissing — de actio iudicati — verjaart vervolgens op haar beurt na tien jaar.
7. Wat als de partij binnen die tien jaar geen uitvoeringsmaatregelen neemt?
Indien binnen die termijn geen uitvoeringsdaad wordt gesteld (zoals een bevel tot betaling, beslag of dagvaarding in uitvoering), verjaart het recht om uitvoering te vragen. Nadien kan de uitspraak niet meer ten uitvoer worden gelegd, zelfs al blijft zij formeel bestaan.
8. Kan de verjaring van de actio iudicati worden gestuit?
Ja. De verjaring kan worden gestuit door een daad van tenuitvoerlegging (zoals een beslag, bevel tot betaling of andere gerechtsdeurwaardershandeling), of door erkenning van schuld door de veroordeelde partij. Elke geldige stuiting doet een nieuwe tienjarige termijn ontstaan.
9. Hoe verschilt de actio iudicati van de gewone vordering tot uitvoering van een overeenkomst?
Een contractuele vordering berust op een verbintenis tussen partijen, terwijl de actio iudicati steunt op de kracht van gewijsde van een rechterlijke beslissing.
De actio iudicati heeft dus een eigen, zelfstandige verjaringstermijn van tien jaar, onafhankelijk van de termijn van de oorspronkelijke verbintenis.
10. Hoe verhoudt dit zich tot de regels van de buitencontractuele aansprakelijkheid?
De dubbele verjaringstermijn van vijf en twintig jaar geldt enkel voor buitencontractuele schadevorderingen vóór er een rechterlijke uitspraak is.
Eens een vonnis of arrest de aansprakelijkheid vaststelt, valt de verdere uitvoering van die beslissing opnieuw onder de tienjarige verjaring van de actio iudicati.
11. Geldt de dubbele termijn ook voor objectieve aansprakelijkheid?
Ja. Zowel foutaansprakelijkheid (art. 1382–1383 BW) als objectieve aansprakelijkheid (art. 1384–1386 BW, o.m. burenhinder) vallen onder de vijfjarige relatieve en twintigjarige absolute termijn van artikel 2262bis, §1, tweede en derde lid BW.
12. Hoe rechtvaardigt men het verschil tussen de tienjarige en dubbele termijn?
De rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de Raad van State aanvaardt dat de kortere termijn voor buitencontractuele aansprakelijkheid niet discriminerend is.
Het verschil wordt gerechtvaardigd door de bewijsmoeilijkheden die na verloop van tijd ontstaan en het tijdig optreden dat van slachtoffers mag worden verwacht.
13. Wat zijn de belangrijkste gevolgen in de praktijk?
-
Persoonlijke aanspraken: verjaring na tien jaar vanaf opeisbaarheid;
-
Schadevorderingen uit onrechtmatige daad: verjaring na vijf jaar (kennis) of twintig jaar (feit);
-
Actio iudicati: verjaring na tien jaar vanaf de uitspraak, tenzij gestuit;
-
Zakelijke aanspraken: vallen onder artikel 2262 BW met dertigjarige termijn.
14. Hoe kan men de verjaring van de actio iudicati vermijden?
Door binnen de termijn van tien jaar regelmatig uitvoeringshandelingen te stellen (beslag, bevel, enz.).
Elke geldige daad van tenuitvoerlegging stuit de verjaring en doet een nieuwe termijn van tien jaar ontstaan.
Kort samengevat:
-
Tien jaar: gemeenrechtelijke verjaring en actio iudicati;
-
Vijf + twintig jaar: buitencontractuele aansprakelijkheid;
-
Dertig jaar: zakelijke aanspraken;
-
Startpunt: dag na opeisbaarheid (of dag van uitspraak voor actio iudicati).
De actio iudicati illustreert hoe de wetgever en rechtspraak de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen onderworpen houden aan een redelijke termijn, in het belang van zowel rechtszekerheid als de efficiëntie van de rechtsbedeling.
- Externe link: http://nl.wikipedia.org/wiki/Verjaring
- Externe link: http://www.storme.be/verjaring98.html
LINKS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
RECHTS
Dit is een voorbeeld van tekst die Elfri zelf beheert :)
Dit is WYSIWYG met uitgebreide mogelijkheden om de teks te formateren
